Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stand geen sprake meer zou kunnen zijn; ja, het zou een ramp voor de boeren en het heele volk zijn, als het zoover kwam, een ramp, voor welks afwending ik U juist moge oproepen. Want het gevaar ervoor is zeker niet denkbeeldig. —

Een andere kwestie is de omvang van het begrip „boerenstand". In den ruimsten zin genomen omvat het: allen, die den bodem bewerken, landbouwers, veehouders en tuinders of kweekers, soms zelfs alle plattelanders, dus ook de burgers, die niet in de steden wonen. Heel letterlijk genomen verstaat men onder boeren echter eigenlijk uitsluitend de beide eerstgenoemde groepen, misschien zelfs uitsluitend veehouders. Het feit echter, dat het Uw organisatie was, die mij vroeg, doet vermoeden, dat ook de tuinders er in elk geval onder begrepen zijn. En daarvan ga ik maar uit. Bij een zeer gedetailleerde beschouwing van dezen boerenstand in verband met het cultureele leven zou natuurlijk nog weer aandacht moeten worden besteed aan de onderlinge verschillen tusschen deze groepen in dit opzicht. Dat er b.v. een niet te verwaarloozen onderscheid bestaat uit cultureel oogpunt tusschen tuinders en boeren, en onder de laatsten weer tusschen veehouders en landbouwers als groep genomen, zal wel niemand mij betwisten.

Van invloed is ten dezen al dadelijk de woning en de dagelijksche omgeving, waarin men verkeer^. Tuinders wonen (en woonden ook voorheen) meestal niet zoo afgelegen. Ze hadden en hebben andersoortige huizen met andersoortige inrichting van hun woningen. Typeerend is hier voor verschillenden smaak dikwijls het meubilair en de wandversiering. Maar ook het werk en het bedrijf zelf zijn hier van beteekenis. Tuinders werden veel eerder dan de boeren gedwongen tot organisatite in veiling e.d. Het werk zelf is fijner van aard; het prikkelt voortdurend den zin tot veredeling der gewassen, tot meegaan met zijn tijd, tot aanschaffen van de nieuwste methoden, tot kennis nemen van wetenschappelijke vondsten, tot aanleeren van moderne talen enz., enz. Zulks alles in sterkere mate dan doorgaans in boerenkringen, naar' het mij toeschijnt. Door deze en andere factoren ontstaat een ander cultuurbeeld bij de tuinders als groep genomen dan bij den boerenstand in eigenlijken zin. Maar ik laat dat, om niet te breed te worden, verder rusten. Daarover uitweiden zou bovendien wel eens gevaarlijk kunnen worden voor de éénheid der vergadering! Stel b.v. dat ik aan de eene groep een hóóger cijfer op het cultureel rapport toekende dan aan de andere, dan vrees ik voor booze geesten van jaloerschheid. Ik zal mij dus bepalen tot het algemeene, tot wat boeren en tuinders met elkander gemeen hebben met betrekking tot het cultureele leven. —

b. Boerenstand beteekenis voor de cultuur.

Dat nu inderdaad deze boerenstand naar mijn overtuiging beteekenis heeft voor de cultuur en zelfs in belangrijke mate, sprak ik reeds boven uit. Er is volstrekt geen reden u cultureel minderwaardig te gevoelen, alléén om het feit, dat ge tot dien boerenstand behoort. Ge moogt met behoorlijk gevoel van eigenwaarde zulke verwaande stedelingen als ik in de inleiding teekende, in de oogen zien! Hoedt U echter voor een ander uiterste! Ik doe evenmin mee met sommige volksmenners in onzen tijd die de boeren op hun landdagen vleien en verheerlijken als het edelste en heiligste deel van ons volk, waarom alles draait en dat alle goede eigenschappen in zich vereenigt. Zulk gedoe riekt mij teveel naar ras-, bloeden bodemtheorieën, die we maar het best buiten onze grenzen kunnen houden. En „Moeder Aarde", (met hoofdletters), zooals Ds. Eg-

Sluiten