Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft denken géleerd, die is duizendmaal meer Waard voor land en volk en leven dan het jongmensen, dat prat gaat op zijn cultuur en beschaving, de namen van alle filmsterren uit zijn hoofd kent, plus de wereldkampioenen op sportgebied, maar niet weet, wie Adam en Eva waren en het antwoord op de vraag: Waarom wordt gij een Christen genaamd? moet schuldig blijven. Wie zijn catechismus bezit met verstand en hart is meer cultuurmensen en heeft dieper kennis dan een Prof. in de theologie, die den Bijbel niet als Gods Woord aanvaardt. —

Of hebt ge ze, ieder in zijn dorp, niet gekend, die vaders, die ooms, die buurmannen, die misschien niets meer dan lager onderwijs genoten hadden, die hun dorpsdialect spraken, die wel eens een fout in de oude spelling schreven, echte boeren, hoekig en stijf, met vierkante schouders en een groven kop op de romp, maar met oprechte vreeze Gods in het hart en degelijke kennis van Schrift en belijdenis? Ze waren er op elke plaats, toen wij kinderen waren. En wat hebben we een stillen eerbied voor hen gehad in ons binnenste. Figuren als de vader van Dr. Colijn, en die Zeeuwsche boer uit het andere boek van Rudolf van Reest: „Het verloren Vaderland". Wat waren dat een wijze mannen! Wat een levensen menschenkennis bezaten ze. En wat hebben ze in allen eenvoud een geweldigen invloed geoefend! Als ouderling of diaken, als kerkvoogd of notabel, als voorzitter van kiesvereeniging en polderbestuur, als raadslid of wethouder! Soms zonder eenig ambt of functie de raadsman van iedereen, die in moeilijkheden verkeerde. Hun woord had gezag, dikwijls boven dat van Burgemeester of Predikant. Ze maakten geen reclame, hielden geen lange redevoeringen, werden niet geïnterviewd, vierden geen luisterrijke jubilea, er stonden geen kolommen vol over al hun groote daden in de krant, en er trad geen rij van sprekers op aan hun graf, maar ze hebben voor hun dorp of streek méér beteekend in cultureel opzicht dan anderen, die voor heeren doorgingen en veel geleerd hadden, zonder mannen van karakter en overtuiging te zijn. Want ze hebben het volk gebouwd, het leven bewaard voor heel veel bederf, dat ze wisten te weren met hun kort en bondig tegenstemmen. Ik eer hun nagedachtenis ook van deze plaats. Een standbeeld hebben zij niet noodig. Ze leven voort in hun werken en dragen namen, die bij God bekend zijn. —

Volgt hun geloof na, wandelt in hun sporen! Laat bij u datzelfde enthousiasme voor de zaak des Heeren gevonden worden. Ik vrees soms, dat we daarin achteruit gaan bij veel vordering in de breedte. En dat wordt de ondergang van het platteland. Leeft voor uwe Kerk, school, kiesvereeniging. Het zij u een voorrecht, daarvoor iets te doen, daar uw belijdenis te mogen uitdragen en zoo het volle menschenleven te helpen bouwen! — Ik betwijfel het, of wij dan nog wel zoo'n behoefte zullen hebben aan zooiets als een Volkshoogeschool als te Bakkeveen, waarvoor zooveel propaganda wordt gemaakt om ook aan de boeren een soort van „academische" vorming te geven! Wij zouden in elk geval die propaganda anders voeren dan L. en M. b.v., dat boven een serie artikelen plaatst den verdraaiden text: „Onderzoekt alle dingen en behoudt het goede". Wij hebben een andere Hoogeschool, die voor de Christel, cultuur van het hoogste belang is, óók voor de boeren. Ik bedoel: De Vrije Universiteit te Amsterdam. Geen kerkelijke, maar een interkerkelijke Hoogeschool, voor alle Christenen van Geref. belijdenis, zoodat ik er ook in deze samenkomst op wijzen mag. Zij kan ook door haar Wis- en Natuurkundige faculteit voor het Christelijk Landbouwonderwijs ten rijken zegen zijn. Leeft mee met dat groote

Sluiten