Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beide rijden bevredigende wijze opgelost, waama de heer Lub een gezegelde verklaring heeft afgelegd, dat tusschen hem en het Schoolbestuur geen moeilijkheden meer bestonden.

Hij bereikte meer dan den leeftijd der zeer sterken. Den 17den November 1922 werd hij naar zijn laatste rustplaats gebracht. En geheel anders dan in het èltaat uit den „Rondedans" van Bilderdljk, werd vermeld, dat hij zoo dikwijls op zich zelf van toepassing had verklaard, werd zijn lijkkist gedragen door de Schoolbestuursleden en den tegenwoordigen hoofdonderwijzer en zijn stoffelijk overschot aan de schoot der aarde toevertrouwd op het kerkhof te Garijp, waar op zijn grafsteen is gebeiteld, wat hij bij de installatie van zijn opvolger had uitgesproken: „De Heere heeft alles wel gemaakt!"

Na de ontslagaanvrage van den heer Lub moest worden omgezien naar een nieuw hoofd. Op een advertentie, geplaatst in de „School met den Bijbel", meldden zich een twaalftal sollicitanten aan, terwijl nog een drietal anderen eerst om nadere inlichtingen vroegen. Het Bestuur benoemde uit zijn midden een commissie, die de sollicitanten zou bezoeken, te weten de Brs. B. J. Wyminga en J. C. Kooistra, terwijl de heer J. P. Jongejan, hoofd eener Chr. School te Drachten, zou worden verzocht als deskundige op onderwijsgebied de commissie bij haar bezoeken te vergezellen en het Bestuur van advies te dienen.

Jammer was het — maar uit de bestaande verhoudingen verklaarbaar — dat niet Meester Lub, doch een onderwijskundige van elders daarvoor moest worden aangezocht. Toch meende het Bestuur niet anders te kunnen handelen. Na onderscheidene bezoeken te hebben gebracht, werd daarvan in de Bestuursvergadering van 21 Jan. 1909 rapport uitgebracht, in tegenwoordigheid ook van den heer Jongejan. Een tweetal van de bezochte personen werd naar het oordeel van de commissie slechts geschikt geacht straks de plaats van Meester Lub te kunnen vervullen, waaruit men dus een keuze zou kunnen doen. Eén dezer, die waarschijnlijk nog de grootste kans voor een benoeming zou hebben gehad, had intusschen telegrafisch zijn sollicitatie ingetrokken.

Besloten werd niet tot een nieuwe oproeping over te gaan en zoo werd met algemeene stemmen dien avond tot hoofd der school benoemd de heer L. Kuil, le onderwijzer aan de Chr. School te Drachten; niet geheel onbekend in Garijp, en die van 1902 tot 1903 ook als onderwijzer aan de school was werkzaam geweest.

De heer Kuil nam deze benoeming aan en zou op 1 Juli 1909 zijn betrekking aanvaarden: de datum, waarop aan Meester Lub ontslag was verleend.

Tegen dien tijd werden regelingen getroffen, voor de eenigermate plechtige installatie van den nieuwen hoofdonderwijzer. Voor de eigenlijke installatie werd de heer Jongejan, zijn patroon in Drachten, aangezocht, wat deze op zich nam.

De heer Lub, die nimmer — eigener beweging — de Bestuursvergaderingen meer bijwoonde, werd schriftelijk uitgenoodigd tot de installatievergadering, tegelijk met het verzoek in den namiddag van den lsten Juli, den „nieuwen meester" aan de kinderen voor te stellen, terwijl de heer Koster, nu le onderwijzer aan de school, werd verzocht, namens het personeel hun nieuwen „baas" welkom te heeten. (Een weinig zelfverloochening zou daarbij wel noodig zijn, waar hij zelf één der sollicitanten was geweest, maar voor een benoeming niet in aanmerking was gekomen.)

Sluiten