Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op den laten Juli 1909 — in den voormiddag — had dan in de Ger. Kerk de plechtigheid plaats. De leiding der vergadering was in handen van Ds. J. C. Rullman, die, hoewel niet meer bestuurslid, als Eere-voorzitter door het Schoolbestuur daartoe was aangezocht.

Na opening met gebed, psalmgezang en schriftlezing (Ps. 127) begon deze met vóór alles, namens het Bestuur, den afgetreden hoofdonderwijzer, Meester Lub, dank te brengen voor den ijver en de opgewektheid, waarmee hij tot op zoo hoogen leeftijd het Christelijk onderwijs had gediend, waarbij de wensch werd uitgesproken, dat hij, nu de avond van zijn leven was aangebroken, nog menig jaar van welverdiende rust mocht genieten.

Hierop had de installatie plaats van den heer Kuil, die zich daarna met een korte toespraak aan de school verbond.

Daarna werd door den heer Lub een woord van afscheid gesproken, dat als grondtoon had: „De Heere heeft alles wel gemaakt".

De vergadering zong daarop den scheidenden hoofdonderwijzer de bede uit Ps. 121 :4 toe.

Onderscheidene personen, verschillende corporaties vertegenwoordigende, voerden daarop het woord. Na sluiting met dankgebed door Ds. H. Meyer van Kollum,1) die den Districtsraad van Chr. Nat. Schoolonderwijs vertegenwoordigde, werd door het Bestuur met genoodigden een gemeenschappelijke maaltijd gehouden. Zeker een bewijs, dat de finantiën der school er wel eens minder gunstig hadden voorgestaan.

Des namiddags werd in het Kerkgebouw de feestelijkheid met de kinderen voortgezet, waarbij èn door Meester Lub èn door den heer Kuil nog ,het woord werd gevoerd.

Een nieuwe acra was hiermee ingetreden, die van Juli 1909 tot Mei 1914 zou duren. Over 't algemeen kenmerkt zich deze periode door een vrijwel rustigen gang van de school- en onderwijszaken.

Daar door het Rijk slechts de minimumsalarissen der onderwijzers werden uitbetaald werden deze — meestal op voorafgaand verzoek van de betrokkenen — nu en dan verbeterd en daardoor de rust en de vrede onder het personeel bevorderd. Om de studie voor de na-akte te bevorderen, werd het bezit daarvan beloond. Ten behoeve van een eventueel gehuwden eersten onderwijzer, -die z.m. tot de Ned. Herv. Kerk moest behooren, werd in 1912 een woning gebouwd, op een terrein gekocht van den heer J. J. Kloosterman. Niet steeds kon de woning vcor dat doel worden gebruikt en moest deze soms aan anderen worden verhuurd, wat nogal moeilijkheden opleverde.

Nu en dan werden verbeteringen aangebracht in het schoolgebouw en aan de woning van het hoofd der school.

Ook werd meer besteed aan de uitbreiding en de vernieuwing der leermiddelen. Vooral de schoolgeldregeldng vroeg nog steeds veel van de wijsheid van het Bestuur, dat telkens moest ondervinden, dat onderscheidene ouders er zich liefst met het minimum-bedrag afmaakten, of in 't geheel niet wenschten te betalen. Het vroeger ten dienste van deze zaak opgerichte suppletiefonds functioneerde niet vlot meer, zoodat ook daarin betere voorzieningen werden getroffen. Om de schoolkas te stijven werd een commissie ingesteld, die naar het voorbeeld van andere dorpen, ook hier, door middel van lammeren-weiden, meerdere inkomsten voor de kas trachtte te verkrijgen, op „ongevoelige" wijze. Niet zonder succes! Het eerste jaar kon de commissie een netto bedrag van ƒ 224.25 aan het

1) Dit dankgebed gaf later nog eenige moeite met den Kerkeraad der Ned. Herv. Kerk. De kwestie werd bevredigend opgelost!

Sluiten