Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze poging mislukte evenwel, ook na herhaalden aandrang. De heer Veerman durfde zijn werkkring in Leeuwarden niet los te laten om die voor Garijp te verwisselen. Daarom werden terstond maatregelen genomen, om zich op een andere wijze van een nieuw hoofd te voorzien. Een oproep werd geplaatst, waarop alleen reeds „gevestigde" hoofden van scholen konden reageeren. In verband met den leeftijd en de bevoegdheden van het aanwezige personeel was hier veel voor te zeggen. Een veertiental sollicitanten meldden zich aan, waaronder onderscheidene, die ook drie jaar eerder naar de betrekking dongen.

Uit deze veertien werd een drietal opgemaakt, dat allereerst zou worden bezocht. Eén van deze drie was schrijver dezes, toen ter tijd sedert 1904 hoofd der Chr. School te Kollumerpomp, na vooraf te Nijkerk o'd Veluwe èn te Leeuwarden als onderwijzer te zijn werkzaam geweest.

Op een kouden Januaridag in den strengen winter van 1916—'17 ondernamen de Bestuursleden H. Veenje, J. C. Kooistra, J. v. d. Meulen en S. H. Hoekstra den tocht per fiets naar het koude Noord-Oosten bij de Lauwerzee om te Kollumerpomp een bezoek te brengen in de school van Meester Visser. Voor hen een tocht, die niet gemakkelijk zou worden vergeten, wegens de felle kou, die men had moeten trotseeren. Gelukkig voor beide, dat de tocht niet tevergeefs was geweest. Na — op een lateren dag — nog elders een bezoek te hebben gebracht, werd, na ingewonnen advies en uitgebracht rapport, besloten Meester Visser van Kollumerpomp te benoemen als opvolger van Meester Veerman.

Na met zijn vrouw Garijp en de school te hebben bezocht, alsook de toekomstige woning, werd de benoeming aanvaard in een samenkomst van het Bestui» .In de woning van den vice-voorzitter J. J. v. d. Meulen, die met zijn vrouw dien dag Meester Visser en zijn vrouw vriendelijk herbergde. Niet vóór 1 Mei kon de benoemde zijn dienst in Garijp aanvangen.

Tot zoolang werd de leiding der school opgedragen aan Meester Lautenbach, die intusschen een benoeming ontving en aanvaardde als hoofd der Chr. School te Folsgare.

Op 1 Mei 1917 werd het nieuwe hoofd tot zijn arbeid ingeleid in een samenkomst in de Ger. Kerk, in denzelfden geest als dat bij de installatie van Meester Veerman het geval was geweest. Eenvoudig, maar goed. De leiding der vergadering was' bij den heer Veenje; de installatierede werd gehouden door den heer J. J. v. d. Meulen, toespraken werden gehouden door Ds. Minnema en Meester Lautenbach; door de kinderen werd een welkomstlied gezongen en Meester Visser aanvaardde onder dankbetuiging voor al de reeds genoten vriendelijkheden zijn betrekking, terwijl van beide zijden de bede werd opgezonden en de hoop uitgesproken, dat de zegen des Heeren zijn arbeid in Garijp mocht bedauwen.

Ruim twee-en-twintig jaar is sedert verloopen. Een belangrijk gedeelte van de vijf-en-zeventig jaar van het bestaan der school en slechts overtroffen door den tijd dien de heer Lub hier arbeidde. En de zegen des Heeren werd rijkelijk ervaren en in menig opzicht.

De eendracht in de Vereeniging en tusschen Bestuur en personeel bleef bewaard. Kleine moeilijkheden in den aanvang der nieuwe periode, in hoofdzaak voortvloeiende uit de eigenaardige organisatie der Vereeniging, werden — zonder inmenging van het groote publiek — in der minne opgelost, nadat in den loop der vijf-en-zeventig jaren het van stap tot stap was gekomen tot den huidigen toestand, waarbij niet meer langs den weg eener getrapte verkiezing (leden der Vereeniging kozen buitengewone

Sluiten