Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die zij het kind kunnen geven,1 meenen zij, dat deze ééne hoogst gewichtige vraag niet vergeten mag worden: wat baat het u,of gij al die wetenschap bezit, als gij schade moet lijden aan uw ziel ?"

5. De wet-Mackay aangenomen.

Toen op 6 December 1889 de stemming gehouden werd, behaalde de Regeering evenals in de Tweede Kamer ook in de Eerste Kamer een groote overwinning. Niettegenstaande de Eerste Kamer in meerderheid linksen was, werd het Regeeringsontwerp toch met een groote meerderheid aangenomen: met 31 tegen 18 stemmen! Reeds twee dagen later, 8 December 1889, teekende Koning Willem III deze nieuwe schoolwet en was Z. M. in de gelegenheid de door hem geteekende worgwet van 1878 door een veel betere te vervangen, welke het groote onrecht, dat ongeveer 10 jaar geleden den vrienden van Christelijk onderwijs was aangedaan, voor een niet onbelangrijk deel goed maakte en onze Asschepoester- en voetveeg-positie aanmerkelijk verbeterde.

De tijden waren wel zeer veranderd.

Qroen van Prinsterer, „de veldheer zonder leger", moest zoo dikwijls klagen, dat hij bijna geheel alleen stond en hem bij zijn zwaren strijd voor de Christelijke school weinig of geen medewerking en aanmoediging te beurt viel.

Maar thans was het aan een anti-revolutionairen Minister mogen gelukken, door Gods genade, met eendrachtigen steun van alle Christelijke Kamerleden, bij wie zich verscheidene liberalen voegden, de belemmeringen, die de ontwikkeling van het Christelijk onderwijs tegenhielden, weg te nemen en, zij het ook al niet radicaal dan toch in beginsel, een struikelblok op te ruimen, dat reeds ongeveer 50 jaren op den weg der politieke verhoudingen gelegen had.

In 1866 had Groen van Prinsterer gezegd: „Ik heb van de natie een te goeden dunk om mij niet te vleien, dat dit volksbelang bij uitnemendheid langs constitutfoneel-parlementairen

Sluiten