Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. Dankbaarheid en waakzaamheid.

De herdenking na 50 jaar van de wet-Mackay nope ons tot dankbaarheid voor Gods groote daden, maar ook tot waakzaamheid.

Wèi is waar, dat ook na deze wet de Heere ons rijk gezegend heeft

Genadig wilde hij verhooren de bede: „Och, dat men op deez' eerstelingen een rijken oogst van voorspoed zag!"

Op de meest verrassende wijze heeft Hij den zegen, ons in 1889 geschonken, willen bestendigen en vermeerderen, zoodat inderdaad op de eerstelingen (waarmede de wet-Mackay kan worden vergeleken) een rijke oogst is gevolgd. Door allerlei wetten, die verbetering brachten (wet-Goeman Borgesius, onderwijsnovelleKuyper, M.U.L.O. wet-Heemskerk, bouwwetje-Heeroskerk e. a.) werd de toestand voor onze scholen met den Bijbel steeds gunstiger, totdat tenslotte in 1920 de wet-Mackay in de wet-de Visser haar kroon vond en de gedeeltelijke subsidiëering algeheele gelijkstelling werd, niet alleen met betrekking tot de Rijkskas maar ook tot de Gemeentekas.

Wanneer wij dien wonderen zegen herdenken, en bedenken, dat we nu in ons land hebben bijna 4500 bijzondere scholen met bijna 800.000 leerlingen, zijnde resp. 63.5 % en 68.7 % van het totaal, dan kan het niet anders, of de blijde danktoon rijst in onze ziel: Dit is van den Heere geschied en het is wonderlijk in onze oogen!

De bange strijd, waarin wij zijn gehoond, Het pleit, met moed in Godes kracht begonnen, Is voor het Christelijk onderwijs gewonnen; God heeft Zijn grootheid en Zijn macht getoond En Zijner knechten moeizaam werk beloond!

Met deze groote dankbaarheid ga evenwel voortdurende waakzaamheid gepaard.

Sluiten