Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

IX LEI 3ยป IX1*

Onzijdigheid in de dingen van een waarachtig algemeen belang werd te recht in de wetgeving van een beroemd volk der Oudheid voor meer dan berispelijk , voor volstrekt ongeoorloofd gehouden. Hoe zoude zij dan den belijder van Christus vergund zijn ? hoe zoude zij vrijstaan in de dingen die Zijne eer, Zijne waarheid, Zijne gemeente betreffen ? hoe mogelijk wezen , zoo wanneer er het hart bij gemoeid is , en wij eenmaal weten, wat en op welke gronden , bovenal in Wien , wij geloofd hebben ? Met onze overtuigingen staan wij noodwendig voor of tegen elke verschijning, die op het gebied van Godsdienst en geloof, van Kerk en Godgeleerdheid, het wezen der heiligste en dierbaarste aller zaken raakt of te nakomt. Voor God en menschen zijn wij verplicht aan de aldus gekozene zijde , op de ons in den strijd aangewezene post, onbekrompen te staan, onbewimpeld te handelen. Maar tot handelen in de zaak van waarheid, in die der Godsdienst zeer bepaaldelijk, behoort te zijner tijd ook spreken , behoort de mondelinge of schriftelijke verklaring van gevoelen en beginsel. Ik geloof dat voor mij de tijd gekomen is , om in den strijd , die tusschen de verdedigers der aloude Belijdenis onzer Hervormde kerken, en de God-

1

Sluiten