Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen valsche Leeraars en Apostelen , als hij de prediking van ieder ander Evangelie dan het door hem verkondigde anathema verklaart 1; geldt die aanbeveling, die waarschuwing, dat anathema dan alleen hetgeen men met een woord , hetwelk althands nergens in den Bijbel gelezen wordt, zedelijke verbetering noemt, en hebben zij hoegenaamd geene betrekking op de groote waarheden aangaande Gods Woord, aangaande den Persoon des Zaligmakers, aangaande den Heiligen Geest, aangaande den mensch, aangaande zonde en verzoening, aangaande dood en opstanding, aangaande de kracht der Schriften , in één woord, aangaande Gods geopenbaarde Waarheid in haar zamenhang en geheel? — Wat scheiding van het geen aldaar zoo heerlijk en heilig verbonden is: gelooven en doen, kennen en lief hebben, belgden en gehoorzamen, waarheid en leven !

Het is de natuurlijke richting van den mensch in zijne hoogheid , dat hij met het Christendom alleen zijne oogmerken , zijne denkbeelden bereiken wil, en wat daarbuiten of daarboven is, voor onnoodig, immers voor bijkomstig verklaart.

Men heeft het sommigen Vorsten en Staatslieden te recht verweten, dat zij , voor zich zelve zonder geloof aan Godsdienst of Openbaring, evenwel Godsdienst (om het even van hoedanige zuiverheid of gehalte !) toch wilden , als een beweegkracht in de staatsmachine , als een middel om gunstig voor hun gezag of voor de veiligheid van den Staat en voor de rust der maatschappij op de bevolkingen te werken, of ook Wel in het openbaar onderwijs iets van dat zout te brengen , hetwelk zij wei weten dat er buiten de Godsdienst niet in te brengen is.

» 2 Tim. IV. 1—4 Gal. I. 8,9. V. 1 — 10 eni. eni.

è 1

Sluiten