Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wigheid. Amen. Eu wederom, als de Heiland zelve voor Zijne discipelen, voor alle eeuwen, verklaart wat het eeuwige leven is, zoo vat Hij al wat in het denkbeeld van geloof, van liefde, van hoop, van gehoorzaamheid, van zelfverloochening, van goede werken , gelegen is, in dat ééne woord te zamen : Dat zij U kennen, den eenigen waarachtigen God en dien gij gezonden hebt, jesüs Christus *. Mag van dat kennen door ons worden uitgesloten hetgeen God van die hooge waarheden omtrent Zich zeiven en omtrent den mensch , welke men als bloot bespiegelend meent te kunnen ter zijde leggen, op elke bladzijde van Zijn Woord heeft te kennen gegeven en verklaard?

Zoo heeft dan elke waarheid, op wat grondgebied ook, hare hooge waarde en onschendbaarheid en recht, —- als waarheid op zich zelve , — als grondslag en wortel van alle echte en zuivere praktijk; en vorderen die erkenning , in de eerste en hoogste plaats, de waarheden van Gods Openbaring, de waarheden der Christelijke Godsdienst.' Zoo mogen, zoo moeten die dan ook èn door onderzoek gekend èn tegen verwerping, ondermijning , miskenning, ten koste van wat onbillijke beschuldiging of verdenking het ook zij, vastgehouden en gehandhaafd worden.

Tegen de Godgeleerden van het meergenoemde Tijdschrift met deze bedoeling in onze oprechtheid optredende , doen wij dit niet (het zij verre 1) met eenig beroep of zelfs met eenigen steun op Nicéa of Dordrecht, op athanasiüs of cALVux, niet op Formulieren, niet

1 Rom. XI. 36.

* joh. xvi r. 3.

Sluiten