Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ganscher hart vereenigende met het groote beginsel, hetwelk men -van die zijde tot grondslag van alle Christelijke Godsdienstkennis en Godgeleerdheid scheen te stellen: de zamenvatting, namelijk, van geheel de Openbaring Gods in de betrachting des Persooos van den Christus, vonden wij ons met droefheid ter zelfder tijd genoodzaakt ernstig te waarschuwen, ja op aangevoerde gronden uit Gods Woord, te protesteeren tegen de wijze, waarop zoo heerlijk en dierbaar een beginsel verder aldaar werd verklaard en in werking gebracht. Volgens een begrip van vreedzame en zuiver wetenschappelijke wijze van theologiseeren, waarvan wij hier later het al óf niet prijzenswaardige zullen ter toets brengen, werd op onze bezwaren en wederleggingen weinig acht geslagen , immers nooit geantwoord. De gewichtigste Bijbelplaatsen, door ons en anderen aangevoerd, werden alleen hier of daar in het voorbijgaan met een korte machtspreuk of niet,zeer diep gaande aanmerking ter zijde geschoven.

Het is mijn oogmerk geenszins om op alle de punten, waarover reeds, op dezelfde gronden, aan de Schrijvers van het Tijdschrift het protest van ons geloof aan Gods Woord beteekend is, aan deze plaats terug te komen. Slechts een eenig ben ik hier op nieuw voornemens aan te dringen, en in een nooit genoeg behartigd licht te stellen: het is de leer over de hoogere natuur van jbsus Christus, of liever de leer der menschwording; de vraag, of het God zelf is, of een geschapen wezen, (om het even, hoe hoog of heerlijk van rang,) die tot verlossing van zondige menschen in het menschelijk vleesch verschenen is, geleefd en geleden heeft, en weder opgestaan is op deze aard. Aan deze leer hangt, naar onze en veler diepste overtuiging, het geheéle zamenstel, de geheele waarheid, dat is, geloofs- en aannemingswaardigheid

Sluiten