Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

titel kon dragen." Met recht ? daar is, als wij zagen , toch wel naar Gods Woord geen ander recht om Heer en God genoemd te worden, dan de Heer en God van Israël, dat is, jehova te zijn. — Daar is toch wel geen andere verhevenheid boven alle denkbare schepselen denkbaar , om tot zulk eene aanroeping te wettigen, dan die van den Allerhoogste zeiven. — Daar is geen andere verbondenheid met God , om met recht onze Heer en onze God genoemd te worden, mogelijk , dan eenzelvigheid van Wezen-met den Vader. — En evenwel blijft het Godgeleerde Gezelschap: Gods Woord is de Waarheid, verklaren: „Wij zeggen niet, dat Hij God zeifis."

Rorn. IX: 4,5. De Israèliten — uit welke de Christus is, zoo veel het vleesch aangaat, welke is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid, Amen. De naam van God, aan Christus toegekend, wordt hier nog, zoo mogelijk, versterkt door die lofzegging : boven aüe te prijzen in der eeuwigheid, insgelijks van geen wezen buiten God in den mond eens Apostels denkbaar. — Omtrent de lezing is geen verschil: li; 5 %(i<rrbc; * ^ tiv èiri irdvruv dei? euAoyiftï« s<4 roö« ulavitq. — De Overzetting is evenzeer onberispelijk: b <ov kan naar den aart en eisch van hetGrieksch hier niet anders beteekenen dan: ètrt, welke is. — De zamenhang is openbaar. Rom. I: 21 had de Apostel Christus naar den Geest Zone Gods genoemd; thands maakt hij alleen de tegenoverstelling nog wat helderder en scherper, zeggende van Hèm, zoo veel het vleesch aangaat , dat Hij uit Israël was , en te gelijk (naar de hoogere natuur) dat Hij is God boven allen te prijzen in eeuwigheid.

Daar is geene plaats zoo krachtig en duidelijk vóór eene waarheid, of daar zijn vonden tot wegredeneering

Sluiten