Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God worden aangezien, is voorzeker te regt: hoe wei de ware verklaring, naar ons oordeel, ongetwijfeld deze is: Christus naar 't vleesch, als des menschehjken vleesches deelachtig, is afkomstig uit de vaderen, Hij die is boven allen naar den geest, als (?) der Goddelijke nature deelachtig, te prijzen tot in eeuwigheid. God , zegt de Apostel ! der Goddelijke natuur deelachtig, (2 Pet. I: 4 ?) zegt de verklaarder. Van grooter uitlegkundige willekeur, of liever taaiverkrachting, zal wel moeilijk een voorbeeld te vinden zijn.

Men geve soortgelijke uitleggingen eens aan bloote taalkenners ter beoordeeling, en wat dezen wel dunkt van zulk eene Grammaticale verklaring? —I En men spreekt dan van die zijde nog van dogmatische vooroordeelen! — Indien met woorden en volzinnen dus te werk gegaan mag worden, dan is geene betrouwbare taal meer van God of onder menschen, tot te kennen geving van denkbeelden , mogelijk.

Openb. I: 17, 18, en II: 8. Christus spreekt: Ik Ik ben de Eerste en de Laatste, en die leve, en ik ben dood geweest, en ziet, ik ben levendig in alle eeuwigheid. De titel van de Eerste en de Laatste is wederom een titel, uitsluitend aan jehova toebehoorende. Jes. XLIV: 6 (XLVIII: 12). Zoo zegt de heere, de Koning Israëls en zijn Goèl, de heere der heirscharen: Ik ben de eerste en ik ben de laatste, en behalve mij is er geen God. — Op Christus toegepast, zal de benaming , volgens sommigen, alleenlijk te kennen geven: die in de hoogste heerlijkheid en in de diepste vernedering was! — Wel! Zoo de verklaring bij den Propheet, waarbij jehova zich den titel uitsluitend eigent, daardoor uit het geheugen kon

Sluiten