Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewischt worden. In dit Boek zelve van johannes Openbaring wordt (XXII: 13) de benaming verbonden met nog eene andere, die haar nog nader verklaart en het uitsluitend Goddelijke van den titel tegen alle verdere uitvluchten beveiligt: Ik ben de Alpha en de Omega, de Eerste en de Laatste, het Begin en het Einde.

Is het noodig hier nog andere plaatsen aan te voeren, in welke het woord , de daad, of de titel in het Oude Testament aan jehova eigen, in het Nieuwe onvoorwaardelijk en in alle de volheid aan jesus Christus wordt toegekend ? Een iegelijk die den naam des Heer en zal aangeroepen hebben, zal behouden worden, had de Propheet des Ouden Verbonds gezegd (Joel II: 32): de aanroeping van den naam des Heeren tot behoudenis is in geheel het Nieuwe Testament geen andere dan die van jesus. Hand. II: 21. verg. met VII: 59. IX: 14 verg. met vs. 17 en 21. XXII: 16. Rom. X: 12, 13. 1 Cor. I: 2. — Mij zal alle knie gebogen worden en alle tong zal mij zweeren, zegt bij den Propheet de eenig ware en levende God (Jes. XLV: 23, 24); en paulus (Rom. XIV: 10 . 11) past de uitspraak zonder eenig beding op den Heere Christus toe: Wij zullen alle voor den rechterstoel van Christus gesteld worden. Want er is geschreven: Ik leef, zegt de Heer, voor mij zal alle knie zich buigen, en aUe tong zal God belijden. — Tot den Zoon wordt, volgens den Brief aan de Hebreën (I: 8, 10) , het woord van den Psalmist (Ps. CH: 25—^27) gericht: Gij, Heere ! hebt in den beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken uwer handen. — Wat wederom een andere Psalm tot Israëls jehova spreekt (LXVUI: 19), dat verklaart dezelfde paulus (Eph. IV: 8), van Christus : Ah Hij opgevaren is in de hoogte, heeft Hij de gevangenis gevangen genomen, en heeft den menschen gaven

Sluiten