Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Tijdschrift er zich op toeleggen om overal te kunnen wijzen op Voorgangers of Tijdgenooten, die het in meerdere of mindere mate met hen eens zijn of schijnen ? Het getal derzulken kan ons evenmin verwonderen als verschrikken. De aangehaalde namen mogen soms bevreemden ; maar dat inderdaad onder de heerschappij van het Rationalismus, onder die worstelingen van goed en kwaad, waarmede zich een nieuw tijdvak voor Christendom en Schriftkennis aankondigde, zelfs innig Christelijke mannen wel eens hebben kunnen loslaten, wat met alle kracht had moeten vastgehouden worden, kan gereedelijk erkend en verklaard worden. Doch op wat grond rust dikwerf die beweerde eenheid van gevoelens ? Veelal op eene ontmoeting of overeenkomst ten aanzien van een enkel niet zameuhangend punt! op eene enkele buiten het verband aangehaalde of niet altijd zeer heldere uitdrukking ! Indien de Godgeleerden van het Tijdschrift op zulk eene wijze het bewijs meenen geleverd te hebben, dat b. v. een van alphen , een hinlopen enz. het met hunne leer öf reeds in den grond der zaak eens waren, öf het althands in onzen tijd zouden zijn, zoo ware het niet zeer moeilijk, door een gelijksoortig beroep op deze of gene uitdrukking, op misschien meer dan één punt van aanraking, éénheid van gronddenkbeelden aan te toonen tusschen de Godgeleerden van het Tijdschrift en een' pelagitjs , socinus , spinosa , ja velen en velerlei.

Tegen deze vriendelijke overeenstemming van gevoelen met allerlei Voorgangers, ook uit zoodanige richtingen als men tot hier toe voor geheel strijdig met de leer van het Tijdschrift gehouden had , staat scherpelijk over de onverholen , misschien onwillekeurige, maar niet min

Sluiten