Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staande Kerk , waaraan sommigen deel namen, wier gedachtenis altijd in zegening bij wij zal zijn, of wien ik broederlijke liefde toedrage, en voor wier gaven ik achting heb , is mij evenwel in zich zelve niets meer dan een menschelijke overlegging, — in oorsprong en voortgang «ene loutere onderneming , geene roeping.

Maar ook als zoodanig heeft; zij hare beteekenis gehad in onze dagen. Het is door haar kenbaarder geworden, dat niet altijd, toenemende afwijking en willekeur in de Kerk met stille rust te zamen kan gaan. Te gelijk is het door haar openbaar geworden, dat in de negentiende eeuw, dat in Nederland , vervolgingen om der Godsdienst wille , vervolgingen tegen belijders der oud-Hervormde leer, vervolgingen om der consciëntie wille , mogelijk zijn. Doch een enkel woord van deze schandvolle bladzijde in de geschiedenis onzer dagen zij hier genoeg. Koning Willem II heeft zijne regering aangevangen met de vervolgingen te doen ophouden. Moge die herinnering nimmer ontluisterd worden door de overneming, in ons aanstaande Strafwetboek, der Napoleontische artikelen, uit kracht van welke reeds op dit oogenblik in het ongeloovig-Gatbolieke Frankrijk , de Protestanten in de hun grondwettig verzekerde vrijheid van godsdienst, beduidend belemmerd worden.

Doch blijvende, met hoop en vertrouwen blijvende,inde bestaande Kerk, zijn wij juist aldaar, ieder op zijne plaats en naar zijne gave, geroepen om een getuigenis af te leggen , en te doen wat in de vreeze Gods onze hand vindt om te doen. Zoude hiervan de voorstand ook van de rechten der Hervormde Kerk en harer waarheden bij Regeering en Synode zijn uitgesloten ? Verre is het van onze

Sluiten