Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BRIEVEN.

Aan WILLEM DE CLERCQ en CAROLINE DE CLERCQ-BOISSEVAIN.

„Uw gemis valt ons hard." x)

20-11-31 „Maar 't is waar dat wij overal denzelfden Overste Leidsman hebben, die overal ons geloof kan opbouwen en voleindigen. Wij dragen u en al 't uwe aan Zijne liefde op. Dat Hij u te Amst. zóó veel in Da Costa geeft verblijd mij zeer."

28-12-31 „Schrijf ons toch dikwijls en lang, beste vrienden, 't is mij zoo goed alles te weten."

A Saint indeed

13-12-31 „Wat is toch die ingenomenheid met menschen een gevaarlijk ding voor mijn hart. Ieder oogenblik vergeet ik dat om a Saint indeed te zijn, 't hart boven al wat te bewaren is, bewaart moet worden, dat aan God de eerste plaats zoo aeheel toebehoort."

Eschatologische verwachting. 2)

1-1-32 „Och, mogt onze wandel in de hemelen zijn en wij met blijde hoop onzen Heer tegemoet zien."

3-1-32 „Zou die heerlijke terugkomst waarlijk nabij zijn en wij Hem zien komen op de wolken des Hemels? Wie kan 't zich voorstellen."

*) Vgl. Groen van Prinsterer, Briefwisseling I, blz. 515.

) Deze verwachting leefde sterk in den Réveilkring. Verdiept zondebesef deed verlangend uitzien naar de verlossende komst van Christus.

Sluiten