Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kerk en conventikel.

7-8-32 „Ik ben tegen die bijeenkomsten waar van de bevindingen gesproken wordt, met de uitdrukkelijke regel van niet in den Bijbel te lezen. Wie wil toch liever zonder lamp gaan, dan dezelve uit Gods hand aannemen? Ik kan nog niets aannemen van werking des Geestes buiten hetWoor d."

24-10-32 „Wij hooren maar altijd weer van oefeningen en zoudt gij er waarlijk voor zijn dat zonder eenige bepaling vrijheid werd gegeven aan allen om als leeraars op te treden? Dat men het Bijbellezen met 20 vrienden nooit verboden heeft, weten wij, maar het geregeld oefenen door een ieder die meent roeping en bekwaamheid te hebben? Zou men niets meer door 't ernstig en liefderijk vermanen van de predikanten zelf kunnen hopen? Het verval is zeker groot."

Groen van Prinsterer ernstig ziek.

8-1-33 „Ik heb vele bedroefde en angstige uren doorgeleefd, sints ik u schreef."

17-1-33 „Deze lange bange onzekerheid is eene groote beproeving — en voor W. zelf is het zwaar naar het ligchaam — de ziel is kalm, volkomen bedaard: „Ik weet, Hij heeft alles volbragt"..

„Die nooit zulke dagen doorleefde, kan het zich niet voorstellen wat lijden het is."

Tusschen hoop en vrees.

19-1-33 Hij spreekt heel weinig, vraagt naar niemand; klaagt niet, antwoordt altijd precies op iedere vraag, en zegt mij nu en dan met een enkel woord, dat hij het goed heeft. Gisterenavond riep hij mij om te zeggen, dat hij minder leed. „God is goed, alles geheel onverdiend — wij zijn ellendige schepselen — Hij heeft het volbragt, mijne hoop is op Christus-

369.11

Sluiten