Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inconsequenties tegen mij. Ik spreek dus alleen, met mijn „gereformeerden mond" (111), such as it is1).

ORDE.

Over één ding zijn wij het volkomen eens: in den eeredienst behoort orde te zijn. Van den schrijver der Beginselen van Kerkorde konden wij ook niet anders verwachten dan dat hij de liturgie als de noodzakelijke orde van eeredienst zou erkennen. Ik moet er bij zeggen, dat ik van hem meer verwacht had. Het bovengenoemde boekje bevat één antiliturgisch vinnigheidje, maar een warm pleidooi voor het episcopaal besef, dat wij van de anglicaansche kerk kunnen leeren. Het spreekt over Gunning als een man, die „den komenden nood zag en riep om zijn moeder de kerk". In Noordmans' nieuwe boek wordt die moeder aan een phaenomenologisch onderzoek onderworpen. Er wiordt haar precies gezegd, hoe zij zijn moet; een weinig orde mag zij op haar gezin wel stellen, maar niet te veel, anders is zij geen gereformeerde of liever puriteinsche moeder. Ik dacht echter, dat men een moeder moest nemen zooals ze is, zonder haar eischen te stellen en dat het leven er is om ons de dingen te leeren liefhebben, die moeder al had voordat wij er waren en die wij in onze dolle libertijnsche of puriteinsche jeugd (de jeugd is altijd een van beide en Noordmans wordt sedert vele jaren jonger!) overbodig achtten.

Ik herken in dit boek den eenige jaren ouderen (of jongeren) Noordmans niet, die in de engelsche kerk den historischen achtergrond zocht, die het calvinisme mist en die zooveel oog had voor de gevaren, die onze kerk door dit gemis aan traditie bedreigen: verwording tot democratisch gemeenebest, tot christelijke vereeniging. Tegen die gevaren riep hij toen, met Gunning, om zijn moeder, de kerk. Maar hij heeft niet gehoord, dat er ook anderen om diezelfde moeder riepen; want die anderen waren hem niet puriteinsch genoeg en hij wenschte zijn moeder nu eenmaal puriteinsch.

Natuurlijk ontkomt Noordmans niet aan de noodzaak den eisch van orde uit te werken. Maar hij weigert de orde tot een vaste orde te maken. De verschillende deelen van den eeredienst mogen niet worden ingepast in een sluitend systeem. „Liturgie" is zulk een sluitend systeem en uit den booze. „Elk der deelen rust op een afzonderlijke wilsuiting van God". Wij mogen de ruimten daartusschen niet opvullen. De liturgie mag geen organisme met eigen aard zijn, zal zij haar karakter van eeredienst, waarin God aan het woord is en alle

x) Veel van wat in antwoord op N.'s boek moet worden gezegd, heb ik. reeds trachten te ontwikkelen in Het Beeld Gods, 1939, en in een klein artikel over Sacramentstheologie (Alg. Weekblad van 21 April 1939). Ik mag daarnaar wel verwijzen.

Sluiten