Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

orde het onderstboven moet kunnen werpen, niet verliezen. — Ik kan hier twee dingen van zeggen. Vooreerst, dat het gevaar groot is, dat hier een slechte zaak van een nobel argument wordt voorzien. In den loop van Noordmans' betoog wordt dit gevaar nog grooter, wanneer hij met een soort veneratie spreekt van het „fragmentarisch" karakter van den eeredienst. Ieder, die nu voortaan wil voortgaan op den weg van de slordige improvisatie en den ongoddelijken sleur, kan zich met dit diep theologisch argument sieren. Alle eigengereidheid van predikanten, die het toch liever op hun eigen manier doen, alle ongegeneerdheid en onbehoorlijkheid, alle luiheid en gemakzucht kunnen voortaan het „fragmentarisch" karakter van den eeredienst ter verontschuldiging nemen. Ik vind het jammer, dat Noordmans dit zoo heeft gezegd1), dubbel jammer, omdat hij in den grond gelijk heeft. Hij trekt ook deze waarheid naar zich toe en belandt dan bij dat fatale „fragmentarische", maar dat „elk der deelen rust op een afzonderlijke wilsuiting van God", dat is een waarheid, die men tot motto van de liturgische beweging zou kunnen maken. Inderdaad: elk der deelen rustend in een daad Gods. Wij mogen niet eigenmachtig opvullen. Maar wij mogen ook niet alle deelen doen opgaan in één deel. Wij mogen bij voorbeeld het gebed en de belijdenis en de sacramenten niet doen opgaan in de prediking, zooals Noordmans wil. Alles wat wij in den eeredienst doen, doen wij alleen omdat God het ons heeft bevolen. Hij zorgt zelf voor het verband.

Maar als wij het zoo zien, krijgt het woord „orde" toch nog een gansch anderen klank. Wij leeren toezien, dat alles dan ook wezenlijk berust op een „wilsuiting van God". Wij kunnen niets meer dulden, dat niet verantwoord is, geen paraphernalia, geen meditaties en geen lyriek, geen dingen, die ons niet direct van God toekomen. Lr is in den eeredienst geen plaats voor dingen, die „buiten de orde" zijn, niet voor versiering, die alleen maar versiering, niet voor vroomheid, die alleen maar vroomheid is. Wat er is, zij waarachtige dienst van God, of het zij niet. De waarachtige dienst van God echter komt ons alleen toe van Hem, die ons diende. Wij kunnen slechts dienen in de kracht van zijn Dienst. En dit is het — en niets anders — wat wij bedoelen, wanneer wij spreken van het sacramenteel karakter van den eeredienst. Orde is geen sluitend stelsel, maar orde houdt in de kerk verband met de scheppings- en genade-orde. Noordmans zelf heeft dit wat betreft de kerkorde in den ruimeren zin meesterlijk in vele geschriften betoogd. Er is een verband tusschen Gods orde en de orde,

1) Asmussen, dien Noordmans alleen van één kant citeert, maakt het zich. minder gemakkelijk. Hij doet zijn critische beschouwingen vergezeld gaan van een uitvoerige liturgie, compleet met muziek, een bewonderenswaardig stuk!

Sluiten