Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lang hij Jezus en het Evangelie heeft?" Wij zoeken hier immers naar het middelpunt van de orde. Wij zoeken niet naar de geestelijke voorwaarde van allen eeredienst, maar naar een theologoumenon. De voorwaarde van Noordmans kan men aan eiken eeredienst stellen en elke eeredienst kan daaraan voldoen, van roomsch tot puriteinsch toe, wanneer het God behaagt. Maar wij zoeken naar het middelpunt van onze orde. En dan moet de vorm aangegeven worden, waaronder de conditie zich realiseert, de vorm, waarin wij „Jezus en het Evangelie" hebben. Weldra spreekt Noordmans dan ook theologischer. Maar dan verzeilen wij ook hopeloos in een woordtheologie, die van een onbijbelsch begrip „woord" uitgaat. „Zonder woord is het sacrament bijna niets", durft Noordmans te zeggen (53). Ik ben dankbaar voor dat „bijna", maar toch niet voldaan. Ik mis in de contrasteering van Woord en Sacrament, die het gansche boek doortrekt, in de overheersching van het Sacrament door het Woord, die wordt geproclameerd, in de vernauwing van het Woord tot het „vocale woord", die wordt gepleegd, — ik mis in dit alles niet het Sacrament, maar het Woord. Ik kan, wanneer ik den Bijbel lees, niets beginnen met een Woord, dat alleen maar een boodschap is. In den Bijbel is het Woord, zoowel in het Oude als in het Nieuwe Testament, het Scheppingswoord, het concrete, machtige Woord, dat ook Daad kan heeten. Het is het Woord, dat vleesch werd en onder ons woonde. Bij Noordmans is het half het humanistenwoord, dat Luther en Calvijn weer ontdekten, de klare en simpele woordelijkheid van de Schrift, half het idealistenwoord, dat moet dienen om aan de concrete vormen van schepping en herschepping, van Woord en Sacrament te ontkomen. Het Woord in den Eeredienst is ongetwijfeld Boodschap, maar het is tevens Komst. Het is gepredikte Schrift, maar het is ook present heil. Ik schaar mij onder den kansel, maar ik ga op naar Gods altaren. Ik hoor een proclamatie lezen, maar ik aanbid den God, die zich niet schaamt mijn God te zijn en die tot mij wil komen. — Daarom zijn Woord en Sacrament ook niet te scheiden. Beide beteekenen slechts iets omdat en voorzoover het goddelijke Woord ze gebruikt. Beide zijn sacramenteel, beide zijn Woord.

Dit beteekent niet een soort liturgische systematiek tegenover Gods wil, die Woord en Sacrament scheidde (67). Ik zou niet weten waar en wanneer God dit deed. Het is wederom een verarming van het Evangelie, wanneer men in de boodschap zelve het heil zoekt. Het is de boodschap van het heil, maar het heil is Christus en Christus alleen. En Gods wil is de redding van zondaren door de vleeschwording van den Zoon zijner liefde, door diens offer aan het kruis. Ik weet niets van een wil Gods, die Woord en Sacrament scheidt. Ik

Sluiten