Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

richt, moet zich haar naam schamen, evenals een dienst des Woords dat moet doen, wanneer hij bij de boodschap blijft staan en niet tot de viering komt.

Liturgie is niet een zwijmelen in de aandoening van een prachtig drama. Het is een actueel, als arme zondaar en uitverkoren heilige, betrokken zijn in het drama, dat God speelt met de wereld. Het is' een staan met vreeze voor Gods heilig aangezicht, een juichen in zijn voorhoven, een uitgaan den Koning tegemoet. De phaenomenoloog Noordmans heeft hier met behulp van allerlei gegevens een spook geconstrueerd, dat althans in onze kerken niet rondwaart. — Ik wil niet beweren, dat het niet zou kunnen verschijnen. Zoodra het geloof ophoudt de sfeer te zijn, waarin alle liturgie ademt, dreigt het spook te materializeeren, dreigt het syncretisme en de mystiek en al het andere. Maar Luther, dien wij als een „kras realist" leerden kennen, heeft ook gezegd, dat de sacramenten niet vervuld worden doordat zij worden voltrokken, maar doordat zij worden geloofd. En voor de derde maal vindt Noordmans een woord voor een liturgisch program, wanneer hij, sprekend van Gods Tegenwoordigheid in den eeredienst, die opvat als „betooning van Gods bizondere genade, die wordt geloofd" (74). Gods Tegenwoordigheid is niet een zaak, die vanzelf spreekt in den eeredienst, geen automatische of mystische gegevenheid, zij is een antwoord op het geloof *). En God is niet gevangen in de liturgie (77). Want de liturgie is niet een gesloten dans, waarin de neenzegger alleen maar verwarring kan stichten, al was het de Heilige Geest zelf. Yan dansen heeft onze criticus geen verstand, het past niet in zijn puriteinsche structuur. Geen dans is gesloten, geen enkel waarachtig kunstwerk is gesloten. Het is altijd open naar alle kanten, het wijst altijd buiten en boven zichzelf uit. Een liturgie kan dicht zijn, wanneer de Dienaar niet waarlijk dienaar is, gelijk ook een preek dicht kan zijn, wanneer de prediker het niet verstaat terug te treden achter het Woord Gods. Het criterium ligt hier niet in de zaak: woord of sacrament, dienst of

liturgie, — maar in het geloof of ongeloof. Wij zoeken niet een

heilig spel op te voeren, waarin wij God tot meedoen uitnoodigen,

1) Terecht merkt Noordmans op, dat de Roomsche Kerk de epiklese, de inroeping van den Heiligen Geest, heeft verdrongen. Echter niet door een wierookgebed (140), maar door de consecratie. De consecratie is de liturgische vorm van de transsubstantiatie; de epiklese der oude kerk is de roep van het geloof, waarop God met zijn Tegenwoordigheid antwoordt. De consecratie heeft betrekking op de elementen van het Avondmaal, de epiklese op deze, maar ook op de geloovigen en op de gansche handeling: Veni, creator spiritus. Dit is een tegenstelling, die ik sinds vele jaren in woord en schrift pleeg uit te werken. Het doet eenigszins wonderlijk aan, haar hier als een gloednieuwe ontdekking ter waarschuwing te zien gebruiken, niet tegen Rome, maar tegen de Liturgische Beweging.

Sluiten