Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Koning van het nieuwe rijk; Hij komt ook om te oordeelen. Hij roept op tot bekeering, maar Hij richt ook het koninkrijk op. Op Golgotha, zegt Noordmans, vergaan alle vormen en gestalten. Ja, behalve die van den Gebrokene en Geslagene, van Hem, die werd genoemd een worm en geen man, maar dien wij aanbidden als onzen Koning, die van het Kruishout af regeert. Hij hééft een gestalte, en Hij schenkt ons leven door ons te oordeelen en oordeelt ons doordat Hij ons leven schenkt. — Het gaat hier waarlijk niet om een theologentwist, maar om het hart van het Evangelie.

Gods daad in Christus is dienst, omdat zij offer is. En daarmede is niet slechts het verband tusschen eeredienst en christelijk leven gelegd, maar ook het brandpunt van den eeredienst aangeduid: het Offer van Christus, waarin wij als de zAjnen mogen deelen. Dit is de vorm, en geen andere, dien Gods ons schenkt. Die vorm is critiek en formatie tevens, oordeel en verlossing. Het is de vorm van de Avondmaalstafel, maar ook die van den kansel, en ook die van ons leven, ons in Christus tot dienst geheiligd leven.

Dit is de dienst, waartoe God ons oproept. Het is het leven, waartoe wij ons slechts met huivering schikken, dat de overblijfselen van het lijden van onzen Heer volbrengt. Het is het leven van gehoorzaamheid in den Dienst. En ons toetreden tot den Disch des Heeren wordt eerst dan iets anders dan een moral holiday wanneer het de vorm is van het treden in het offer en den dienst van Hem, wiens leden wij zijn. Ons christelijk leven wordt eerst dan iets anders dan burgerlijke braafheid, wanneer het de vrucht is van het sacramenteel en wonderbaarlijk leven, dat ons in Christus' gemeenschap geschonken is: navolging van Christus x).

Wanneer Noordmans dan ook het woord liturgie zoo breed mogelijk interpreteert en het vult als de resultante van Christuis eeuwige offerande en Paulus' liturgischen arbeid op den wereldakker (127), dan heb ik daar niet alleen niets tegen, maar het is mij uit het hart gegrepen, mits.... de actueele eeredienst in de kerk maar niet, zooals bij Noordmans, buiten schot blijft. Onze criticus redeneert zoo on-

1) Hier moet ik het derde geval noemen, waarin Noordmans helaas over de schreef gaat- op blz. 110 grondt hij op een uitlating van mij, dat elk theoloog moet leeren dansen, de vrees, dat bij mij het neen-zeggen tegenover de wereld op zal houden met liturgische motiveering. Ik vind dit niet heel wijs en ook met heel fi aai. De schrijver, die mij zoo aandachtig gelezen heeft, had kunnen begrijpen, dat de „grondvorm" dien ik aan alle ethiek ten grondslag wil zien gelegd, geen andere is, dan die van Phil. 2: het offer en het kruis. En als hij had gewild, had hij ook kunnen begrijpen, dat de raad aan den theoloog om te leeren dansen zijn grond vindt in een zekere bewogenheid over de wereld, die men zou kunnen trachten van Paulus te leeren. Ik mag niet net doen, alsof ik niet van de wereld ben, met als medezondaar en nog minder als Dienaar des Woords. Deze bladzijden bij Noordmans hebben mij bedroefd en ontsteld.

Sluiten