Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begin (8) lees van een beginsel, „waarop men niet terug mag komen". In de phaenomenologie zeg ik wel: dit of dat is typisch grieksch of israelietisch; als men daarvan afwijkt, verloochent men zijn karakter; er ontstaat dan een andere structuur. Maar daarom volgt dan ook op de phaenomenologie de theologie. Want ik weet drommels goed, dat God zich aan mijn structuren ten slotte niet stoort. En daarom ben ik bereid op alle beginselen terug te komen, als het God behaagt. Wij kunnen God nooit genoeg danken voor de Hervorming, maar een Hervorming, waarop men niet terug mag komen, is een vloek. Want niet het „reformatorisch christendom" is de inhoud van het Evangelie, maar Christus zelf. En er zijn in het leven der kerk met haar God geen onherroepelijke historische gegevenheden. Gods Geest leidt ons en niet ons besef van consequentie of structuur.

Naar mijn overtuiging gaan wij inderdaad een nieuwe theologie tegemoet, — als God ons tenminste den tijd en de kracht gunt om in Europa nog iets te doen. Anders zullen wij het van de Chineezen moeten leeren. En misschien gaat het dan zelfs gemakkelijker. — Ik ben blij, dat Noordmans de zaak zoo kras stelt. En ik ben met hem overtuigd, dat doorwerking van de liturgische gedachte in zuiverheid en consequentie een nieuwe hervorming ten gevolge zal hebben. Wij staan nog maar in het eerste begin en wij hebben niet de minste behoefte om revolutionnair te doen. Maar wie zijn kerkelijke zaakjes in burgerlijke veiligheid wil stellen, kan daar nu vast mee beginnen. In veler verzet tegen liturgie is instinctief dezelfde vrees merkbaar, die Noordmans bezielt; maar daar is burgerlijk, wat hier aesthetisch is. — Neen, wij hebben het verband „tusschen belijdenis en liturgie niet vergeten" *); wie over den eeredienst spreekt, spreekt over het dogma. In een langen en niet altijd gemakkelijken arbeid van zestien jaren hebben wij dat gemerkt bij eiken pas, dien wij zetten. De liturgische beweging zal moeten komen tot een nieuwe theologie en wellicht tot een nieuwe hervorming: reformanda quia reformata ecclesia. — Het is nog te vroeg om te zeggen, of zelfs maar te vermoeden, waar dit nieuwe ons heenvoert. Ik heb reeds opgemerkt, dat wij zoeken, terwijl Noordmans het bestaande schildert. Hij weet — en dat is één troost, — dat wij niet naar Rome gaan. ? Maar hij vreest voor de Orthodoxie. Yan deze kunnen wij inderdaad veel leeren. Maar wij zijn, met Noordmans, in hart en nieren westersch! Dat er echter ook dichterbij uitgangspunten voor een

1) Zooals ons op blz. 14 wordt verweten, terwijl op blz. 105 het dogma geen „liturgische formatie" mag zijn. Het is maar jammer, dat het dit metterdaad is: alle dogma en dogmatiek zijn ontstaan uit de liturgie, inzonderheid de doopliturgie.

Sluiten