Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/

ïieuwe ontwikkeling zouden kunnen zijn, bijvoorbeeld in de >acramentsleer van Luther, komt bij dezen criticus niet op.

[k weet niet waar wij heengaan. Ik behoef het ook niet te weten. Wij soeken niet iets anders uit wispelturigheid of uit geleerde betweterij. * De liturgische beweging is een zaak van g§loof, en zij mag gerust iets hebben van Abrahams uitgang. Ik wilde, dat Noordmans meeging. De phaenomenologie is een kostbare en onmisbare zaak, in den voorhof. Maar op weg naar de eeuwigheid schieten wij er niet hard mee op. Ik weet slechts twee dingen: vooreerst, dat wij het zeker niet zoeken in de eigenmachtigheid der natuurlijke dingen, die van zichzelve reeds dragers van goddelijke beteekenis zouden zijn. Barth verwijt dit aan Tillich (goeddeels ten onrechte) en Noordmans verwijt het aan de anglicaansche kerk (totaliter ten onrechte). Deze dingen zoeken de heidenen, die alleszins vrome lieden zijn. En in de tweede plaats: er ligt een wereld in het woordje „teeken", dat in onze belijdenisgeschriften gebruikt wordt tot aanduiding van de sacramenten en dat ook Noordmans met voorliefde bezigt. Een teeken is een teeken van iets, het „beteekent iets. Zoo is onze dienst een teeken van Gods dienst, als het Hem behaagt. Maar dan moeten wij ook ophouden van teekenen te spreken, alsof dit woord meebracht, dat alles maar een zinnebeeld was. Een zinnebeeld is een zaak voor stichtelijke redenaars en decoratieschilders. Een teeken is een kruis, dat met verbazing wordt opgemerkt en met eerbiedige huivering begroet.

GEMEENTE.

Ik heb reeds opgemerkt, dat de Gemeente in Noordmans boek een opvallend geringe rol speelt. Alles is individueel. Het is de rest van Kierkegaard, die heerscht. Het besef, dat bij voorbeeld het boekje I van Gerretsen geheel beheerscht: dat het bij de liturgie gaat om een kerk, die belijden moet, ontbreekt vrijwel geheel. Noordmans is zoo bang, dat wij „besloten mysteriën" zullen organiseeren,\dat hij dezen kant geheel over het hoofd heeft gezien (144). Elders stopt hij ons, omdat wij in de pastoraal zijn vastgeloopen, in het klooster (181). Ik mag wel zeggen, dat wij van dit alles niets weten. Wij loopen niet vast in de pastoraal, omdat deze zich ons in de liturgie heeft vertoond als een wijd en heerlijk arbeidsveld, waar de feestgezangen Sions ons volgen. — Omgekeerd vind ik in dit boek opvallend weinig pastoraal. En dat onderscheidt het weder van vroegere geschriften van Noordmans, die juist in dit opzicht zoo weldadig waren. De sneer op de menschen, die naar de Matthaeuspassion gaan, maar voor het Woord geen plaats hebben (183), mag een lituTg zich mis-

Sluiten