Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Woord (90), waarachter de sacramenten min of meer schuil gaan (99). Nu wil ik van beeldspraak niet eischen, dat zij consequent is. En daarom wil ik niet vragen hoe een plaats tegelijk een woord kan zijn. Maar het gaat hier toch eigenlijk niet om beeldspraak. Het gaat hier om een reëele plaats en een reëel woord. Ik sprak reeds over het Woord in bijbelschen zin. Noordmans zegt, dat in de Reformatie, met name bij Luther, het sacrament achter het woord terugtrad. Jawel, maar Luther had een sacrament in den vollen, echten zin. Hij kon zich veroorloven het sacrament wat achter te houden. Maar wanneer men het te na kwam, schold hij als een vischvrouw. Bij Calvijn is het sacrament reeds veel minder reëel, en bij Noordmans verdwijnt het heelemaal achter het Woord. Uiterst bedenkelijk is daarbij het woordje „vocaal". Niet, dat ik zou meenen, dat het gepredikte Woord niet Gods Woord zou zijn; juist omdat ik de prediking voor sacramenteel houd, ben ik in dit opzicht volkomen een van zin met Barth en alle barthianen. Maar het „vocale" doet weer denken aan de suprematie van het gehoor boven tast-, smaak- en gezicht-zin. Wie de plaats zoekt, die zijn Heer hem bereid heeft, zal al zijn zinnen noodig hebben. Gelijk ook Christus ze noodig wilde hebben. Noordmans, die immers muzikaal is, moest toch weten, dat het „vocale allerminst minder zinnelijk is dan de rest van het zinnelijke. En Noordmans, die geen idealist wil zijn, moest toch weten, dat het niet gaat om woorden, maar om het Woord, d. i. de daad Gods. Wanneer ik lees, dat de Sacramenten eigenlijk ook een soort „woorden" zijn, dan doet mij dat bijna blasphemisch aan. Als het van de prediking werd gezegd, zou het mij precies zoo-aandoen. De Sacramenten moeten niet „staan in de sfeer van het vocale woord", dan worden ze beide „woorden"; het vocale, ik zou liever zeggen, het gepredikte woord, moet staan in de sfeer van het Sacrament. Het Evangelie is een kracht Gods tot zaligheid en in geen cultus mag de aankondiging daarvan in de Schriftlezing, de verkondiging in de prediking ontbreken. Maar het Evangelie is niet zelf het heil, doch de boodschap daarvan. Het heil is, dat ik „niet mijn, doch mijns getrouwen Zaligmakers eigen ben, met lichaam en ziel". De Kerk gaat uit van de Boodschap, doch zij rust in Christus, wiens leden wij zijn. Hier wordt niet alleen de Liturgie, maar het volle Evangelie onrecht gedaan.

SCHEPPING.

Alles kan ik samenvatten in dit eene: de theologie van Noordmans, zooals die in dit boek uitkomt, is wel een theologie van zonde en genade, maar niet van schepping en herschepping, wel van verzoe-

Sluiten