Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staan, maar 0111 aan de Avondmaalstafel te zitten. Daarin komt de statische zijde van de gemeente uit.

Wanneer Van der Leeuw dan ook klaagt dat in mijn boek de gemeente een opvallend geringe rol speelt (180), dan is dat niet juist. Heel deze leer van het eigen karakter van het sacrament, van den pastoralen aard daarvan, met een individueele eschatologie, heeft een gemeentelijke strekking. Ik heb haar afgeleid in verband met Paulus apostolische werkzaamheid (172). Maar zij is ook katholiek en waarborgt ons, ook als wij de Mis hebben afgeschaft, dat wij blijven behooren tot de Algemeene Christelijke Kerk. Jezus blijft als Herder in ons midden. En wanneer ik vroeger wel eens gesproken heb van een pastorale dogmatiek, in onze Hervormde Kerk, dan zou ik nu onzen eeredienst pastoraal willen heeten. Dat is ook de strekking van een passage uit mijn boek (44), die Yan der Leeuw zonderling vindt (170) en waar ik, in verband met de stichtingsoorkonde onzer Hervormde Kerk, tegenover het wegvallen van Jezus' lichamelijke tegenwoordigheid in de Mis, spreek over de pastoraal en de tucht rondom het sacrament, waarin Jezus zijn geestelijke tegenwoordigheid oefent.

Inderdaad ligt hier de grondslag voor een presbyteriale kerkorde. Deze hangt met den Hervormden eeredienst onmiddellijk samen. In het zitten ^ an den kerkeraad rondom den kansel en in zijn dienen bij de Avondmaalstafel vinden wij dat veraanschouwelijkt. En in de functie die in de Gereformeerde kerken oorspronkelijk aan den ouderling toekwam, het constitueeren van de gemeente en het bijeenbrengen van het volk, kwam dat nog beter uit.

Daarom mag Yan der Leeuw mij ook niet in tegenspraak brengen met wat ik vroeger schreef in Beginselen van Kerkorde, zooals hij in zijn artikel (165) doet. Daar was het er mij, toen ik wees op den historischen achtergrond, dien ik achter de Anglicaansche kerk duidelijker ontdekte dan achter het Calvinisme, om te doen de verpolitieking van de presbyteriale kerkorde tegen te gaan. Ik vroeg

naar de christelijke zachtmoedigheid in den episcopalen geest1).

Welnu, daarmee geheel op ééne lijn ligt het als ik, Calvijn tot op zekeje hoogte corrigeerende — sit venia verbo — althans ontwikkelende (54), nu aan het sacrament een individueele eschatologie (65/66 en 187) en in verband daarmee een pastoraal karakter toeschrijf. De parallelle tusschen deze beide correcties — als men ze zoo noemen mag van de Gereformeerde zienswijze kon niet treffender zijn, vooral omdat de laatste geheel onafhankelijk van de andere werd' aangebracht.

') De Kerk aan het Werk, Van Gorcum & Comp. N.V., Assen 1934, blz. 17.

Sluiten