Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem pijn gedaan heb. Ik wil er ook goede nota van nemen, dat hij het dansen niet om de sterken, maar om de zwakken aan de theologen zou willen aanbevelen.

Daarmee is onze pauze, waarin wij elkaar even hebben kunnen spreken, voorbij en heb ik nog verschillende dingen te behandelen in minder gesloten verband dan in het eerste gedeelte van dit artikel. Ik zal daarbij in hoofdzaak de kopjes volgen, die Yan der Leeuw heeft aangebracht. Allereerst dan De Historicus (162). Ik heb al voor den theoloog en den exegeet moeten opkomen. Nu kom ik als historicus in gevaar. Er zou ten slotte niet veel overblijven.

Over wat Yan der Leeuw, met verwijzing naar Van de Pol, „de noodlottigste historische vergissing" noemt, en die hij ziet als een gelijkstelling van Reformatie en Puritanisme, heb ik reeds geschreven in Woord en Geest. Ik mag daar misschien wel naar verwijzen. Hier wil ik nog iets zeggen over Paulus en de liturgische beweging. Yan der Leeuw beroept zich hier op Lietzmann, die de ethiek van Paulus als sacramenteel heeft gequalificeerd.

Nu is het zeker dat het historisch-critisch onderzoek van het N. Testament en van de Oud-Christelijke letterkunde heel wat aan het licht brengt, waarover vroeger, althans onder Protestanten, weinig gesproken werd. Dat geldt niet enkel van den eeredienst, maar ook van de kerkorde. Yoor die laatste heeft het historisch onderzoek toenadering gebracht tot de catholieke traditie. Newman heeft gezegd dat de Protestanten van de historie niets hebben te hopen en alles te vreezen. Waren er, zoo meende hij, in de eerste eeuwen Protestanten geweest, dan moest er een zondvloed geweest zijn, waarin ze waren omgekomen. Want geen konde van hen was door de historie tot ons gekomen.

En toch is Paulus in de historie de apostel van het Protestantisme geweest. Wie vergist zich hier? De historie of het historisch onderzoek.' Want deze beiden zijn twee. Het historisch onderzoek loopt terug; de historie beweegt zich vooruit.

Ik meen dat wij daaraan ook moeten denken bij onderzoekingen omtrent het sacrament en het mysterie bij Paulus. Ik denk daarbij ook weer aan de phaenomenologische exegese, waarover ik sprak. Wij lezen de brieven van dien apostel niet in de archaïstische karakters, die de historicus op het spoor probeert te komen. Wij lezen ze in de taal, die de Geest hem gaf uit te spreken. Zoo komt het dat de gemeente over veel heen leest, dat de geschiedkundige naar voren brengt. Zouden wij die gemeente een dienst bewijzen als wij, in plaats van Luther en Calvijn, Lietzmann of Reitzenstein tot schuts-

Sluiten