Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verliest, daar heeft zij liaar voornaamste gemeenschapvormende factor verloren, daar is het gemeenschapsleven van de Kerk overgeleverd aan den enkeling: aan grillen van de gemeente en aan persoonlijke inzichten van den voorganger: daar staan chaos en verarming voor de deur, daar verliest bovendien de plaatselijke gemeente haar werkelijken innerlijken samenhang met de gansche Kerk, die alle tijden en plaatsen omspant.

In onzen tijd nu, waar het luisteren naar een preek zoo gemakkelijk vervangen wordt door het luisteren naar de radio of het lezen van een boek (hoe verkeerd zulk een gewoonte overigens ook is) zal van het kerkelijk gemeenschapsleven weinig of niets meer overblijven, tenzij dit gemeenschapsleven weer zijn oorspronkelijken rijkdom en volheid herwint en wel in gemeenschap met gansch de Kerk van Christus. Tenzij men mocht gelooven, dat de Kerk vanaf de eerste eeuwen gedwaald heeft en dus noch in liturgie noch in dogma ook maar eenigszins richtinggevend kan zijn, spreekt 't vanzelf, dat herstel der liturgie ons dicht in de buurt van de oude kerk brengt, zooals onder anderen ook Calvijn heel goed wist. Wie namelijk het geloof der kerkvaders en der oude kerkconcilies als normgevend beschouwt (en dat heeft Calvijn toch stellig gedaan), die komt bij een hervorming van de liturgie ook vanzelf uit bij de liturgie van de Kerk in de dagen van haar eerste dogmenvorming. Indien de reformatorische theologie en belijdenis iets of zelfs veel te maken hebben met de oude Kerk (de hervormde Kerken wilden toch geen nieuwe maar herstelde Kerken zijn) dan kan het niet anders of dit moet ook gelden van haar liturgie. Het spreekt vanzelf, dat ik in dit korte artikel slechts enkele algemeene richtlijnen ten aanzien van het herstel eener reformatorische liturgie kon aangeven. Slechts wil ik nog tegenover Dr Noordmans met allen nadruk betuigen, dat niet slechts de tegenstelling preekliturgie een onwerkelijke en ongeoorloofde tegenstelling is, maar dat het vooral ook misleidend is om te spreken van „een vlucht uit de preek in de liturgie" (blz. 181), omdat dit een motief suggereert, dat aan de liturgische beweging in ons land vreemd is, of anders vreemd behoort te worden.

(Utrechtsch Nieuwsblad, 6 Mei 1939).

Sluiten