Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

Om nu te weten, wat in reformatorischen zin herstel der Liturgie inhoudt, moeten wij eerst weten, in welke opzichten de veranderingen, die zich in de Middeleeuwen langzaam en haast ongemerkt hebben voltrokken, als misvorming dienen te worden beschouwd.

Als bekend mag wel voorondersteld worden, dat de beide voornaamste liturgische boeken van de vóór-reformatorische (en nog van de Roomseh-Katholieke) Kerk het missaal en het brevier zijn. De zwartgedrukte tekst van de psalmen, lofprijzingen, gebeden, Schriftlezingen, enz. wordt op tal van plaatsen onderbroken door aanduidingen in het rood (de z.g. rubrieken), die tallooze aanwijzingen geven betreffende liturgische gewaden en kleuren, altaar, bewierooking en andere symbolische handelingen, kniebuigingen, enz.

Nu dient men allereerst hierop te letten, dat de tekst van de liturgie vanaf de zesde of zevende eeuw nauwelijks eenige verandering van beteekenis heeft ondergaan. Wie het huidige misboek van de RoomsehKatholieke Kerk voor zich neemt en daarin niet let op de rubrieken, maar den tekst zelf leest, zal daarin weinig of niets kunnen ontdekken, dat in strijd is met de Schrift of het oud-christelijk dogma. De misgebeden en ook de breviergebeden zijn van een onschatbare waarde, omdat ze op een meer levendige wijze hetzelfde volle geloof van de Kerk aller eeuwen tot uitdrukking brengen dan dogmatische formuleeringen dat vermogen te doen. Bij al zijn felheid tegen „de paapsche afgoderij" citeert Calvijn herhaaldelijk den tekst van de misliturgie met instemming en ter bestrijding van praktijken en ceremoniëele handelingen, die een opvatting vooronderstellen, die met den tekst zeiven in strijd is.

Deze praktijken en ceremoniëele handelingen, die vastgelegd zijn in de rubrieken, zijn uit veel later tijd. Zij hebben bij het ongewijzigd laten van den tekst den ganschen „habitus" van den dienst, de verhouding tusschen geloovigen en priester, het gansche liturgisch gebeuren zidk een veranderd aanzien gegeven, dat het oud-christelijk liturgisch en sacramenteel gemeenschapsleven nauwelijks meer te herkennen valt. Eenerzijds was in de landen, waar men geen latijn meer kende, voor de groote volksmassa de tekst volkomen onverstaanbaar geworden; anderzijds werd de aandacht vrijwel alleen geboeid door de cultische handelingen. Zoo was de dienst van de gemeente veranderd in een kijkspel vóór de gemeente.

Inmiddels was sedert de elfde eeuw het woord transsubstantiatie in de theologie ingeburgerd; vanaf 1215 gold het leerstuk van de transsubstantiatie; het reciteeren van de inzettingswoorden van het Heilig

Sluiten