Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„woord" is, maar „teeken" en „symbool", als gevaarlijk afwijzen. Calvijn ging zoo ver en zijn bezwaren tegen de liturgie van de Engelsche Kerk betroffen niet den inhoud van het Book of Common Prayer, wat den tekst aangaat, maar het vasthouden aan enkele symbolische handelingen (b.v. het teekenen van het voorhoofd van een gedoopte met het teeken des kruises).

Gezien tegen den achtergrond van de liturgische verwording van die dagen, is zulk een puritanisme te begrijpen. Het is een crisisverschijnsel. Luther ging echter niet zoo ver. Er zijn nu eenmaal dingen, die op een andere wijze dan door het woord ons beter of directer aanspreken. Daarom kan ik de symbolen- en ceremoniën-vrees van de puriteinen en van Dr Noordmans niet deelen. Enkele eenvoudige sobere symbolen (een doopvont, avondmaalstafel, een kruis of crucifix, een feestelijk, liturgisch gewaad, kaarsen als symbool van aanbidding en feestvreugde, bloemen) kunnen in sterke mate medehelpen om het kerkgebouw een aanzien te geven, dat bij het karakter van een feest past. Ik kan er onmogelijk een gevaar voor bijgeloof in zien en evenmin een gevaar voor miskenning van het woordkarakter der liturgie. Meer gereserveerd sta ik tegenover orgelspel en koorzang, die niet het gebed en het gezang der gemeente ondersteunen, maar die zich richten tot de luisterende gemeente. De gemeente luistert naar Schriftlezingen en prediking, zij ziet en ontvangt de teekenen van Doop en Avondmaal en zij spreekt zich uit (gemeenschappelijk) in gebed, lofprijzing, dankzegging en aanbidding.

De liturgie van onze Hervormde Kerk zal niet ten volle hersteld zijn, voordat zij van een uitgesproken preek- en luisterdienst weer geworden is tot een volledigen gebedsdienst in oud-christelijken zin. Dit beteekent:

1. Dat er naast de diensten op Zondag, waarin ook gepreekt wordt, eiken morgen en avond korte diensten voor gebed en Schriftlezing en gezang zijn zonder preek.

2. Dat de prediking in den eigenlijken Zondagsdienst Woordverkondiging moet zijn, maar kort, duidelijk en krachtig zonder omhaal van woorden. Calvijn drong hier reeds sterk op aan. Zelf preekte hij nimmer langer dan 25 a 30 minuten.

3. Dat het Avondmaal weer hersteld moet zijn in eiken Zondagmorgendienst, maar zonder formulier. Het moet een werkelijke „viering" zijn, waarbij de „classieke" liturgische gebeden en zangen tot hun recht moeten komen op oud-christelijke wijze.

4. Dat het kerkgebouw weer „Huis des Heeren" en „Huis des Gebeds moet zijn, d.w.z. gewijd aan den Dienst, dus onttrokken aan profaan gebruik. De kansel blijve — zooals niet anders dan „logisch"

Sluiten