Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is — bestemd voor de prediking. Er zij in de kerk een speciale plaats voor den voorganger, waar hij voorgaat in gebed; er zij een aparte plaats voor de Schriftlezing en een aparte plaats voor de bediening van den Doop (n.1. bij het vaste Doopvont) en een aparte plaats voor de viering van het Avondmaal (n.1. bij de vaste Avondmaalstafel). 5. Naast het liturgisch gebed (evenals de Engelsclie en andere kerken heeft de Hervormde Kerk naast haar gezangbundel weer een kerkelijk gebedenboek noodig) moet er plaats zijn voor het (mits beheerschte) „vrije" gebed en voor het stil gebed. (Maar niet — hierover ben ik het weer met Dr Noordmans eens — voor een z.g. „sacrament der stilte", dat heidensch is).

De groote fout, die velen in naam der Reformatie begaan, is deze, dat men meent, dat het met het liturgisch gemeenschapsleven in orde is, als er maar gepreekt wordt. In deze eenzijdigheid steekt een even groot gevaar als in den ceremoniëndienst. Het is een vallen van het eene uiterste in het andere. Dat de preek uit onze Kerk zou verdwijnen, daarvoor behoèven wij vooralsnog niet bang te zijn. Ontaardt de preek echter van sobere Woord ver kondiging in een woordenvloed van twisting, emoties, gecritiseer, gepraat: dan wordt ze bepaald gevaarlijk. Dan krijgt de gemeente genoeg van al die woorden, van al dat theologische gekijf en getheoretiseer. Ook de preek kan beteekenen een steen voor brood. De Liturgie blijft in de eerste plaats de Gebedsgemeenschap der Kerk. Het karakter van onzen tijd maakt, dat ontelbaar velen terugverlangen naar het herstel van de dagelijksche liturgie in dezen zin. Wat met mysterie-dienst niets te maken heeft.

(Woord en Geest, 26 Mei en 2 Juni 1939).

Sluiten