Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het offer, zooals Rome dat kende, verwijderd. Op enkele krachttermen, die daarbij werden gebruikt, kwam men zelfs later terug, om voor het volk den overgang tot de staatskerk niet te moeilijk te maken. Men behield echter, wat ik zou willen noemen het ceremoniëel van het altaar, zonder het offer daarop, eveneens omdat het volk de preek van tempel en altaar zelve in Engeland niet missen kon. Het Engelsche volk heeft daar later zelf voor een belangrijk deel op gereageerd. Het wilde, als ik het zoo noemen mag, de preek van God zelf hooren en niet die van Zijn huis. Het vroeg om de Schrift en heeft daaruit geleefd op een spiritueele wijze, die voor het heele Protestantisme, niet het minst voor ons land, tot rijken zegen is geworden. Maar in de Anglikaansche Kerk bleef de Liturgie regeeren. En zij kon dat, na de krachtige afwijzing van het offer, niet anders dan rondom het Mysterie. Dit heeft, mede in tegenstelling met Rome en in verband met de oudere geschiedenis van het Angelsaksisch Christendom, aan deze kerk die merkwaardige betrekking op de Oude Kerk gegeven, die ook in de theologie zoo merkbaar is. Dat de liturgische beweging grootendeels van Engeland uitging, is geen toeval. Maar evenmin, dat daarmee in dat land bij velen een opvatting van den eeredienst gepaard gaat, die ook Dr van de Pol wraakt. Wanneer hij daarbij scheiding maakt tusschen de beweging en haar richting, dan kan ik hem daarin niet volgen. De beweging moet deze richting nemen. Waar het offer uitviel, gaat het altaar onvermijdelijk preeken over het mysterie.

Dat men een ledig in den eeredienst, zooals dat bij de Reformatie ontstond, niet kan negeeren door de riten en symbolen te laten bestaan, is ook wel de reden, waarom bekende convertieten als b.v. Tyrrell zich op den duur in dien dienst niet konden vinden. Ik lees daarvan o.a. in de dissertatie van Stam (blz. 29): „Het gevoel, dat alles hier onwerkelijk was, werd hem bij een bepaalde gelegenheid te machtig en hij verliet de kerk. Wat Tyrrell miste, was volgens hemzelf „dat beslag op ons historisch besef, dat precies dezelfde plechtigheid, als ze in de Roomsche Kerk had plaats gehad, op ons gelegd zou hebben." In de Roomsche Kerk, aldus Tyrrell, zou het de uiting geweest zijn van een groote gemeenschap van geloovigen, uit verleden en heden, uit alle eeuwen en volkeren. Hier waren het enkele personen, die optraden zonder opdracht. Tyrrell zegt dan verder dat iets, wat opzettelijk uit het verleden wordt nagedaan, niet hetzelfde is als de natuurlijke groei, waarvan het de imitatie is. Daarin ziet hij het onderscheid tusschen een Ritualistische en een Catholieke Kerk. In 't eene geval wordt het historisch besef geweld aangedaan, in 't andere voelt het zich voldaan.

Sluiten