Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

willen behandelen. Ik moet mij hier beperken tot de voorstelling van zaken, voorzoover die mijzelf betreft.

In zijn eerste artikel in „Woord en Geest" (Liturgica I in nr. 39) waardeert Dr Noordmans de bereidheid, waarmee ik van mijn kant heb toegegeven, dat vroegere onklare uitingen ten aanzien van de verhouding van Liturgie en Mysterie, de critiek, die mij in het boek van den schrijver treft, inderdaad rechtvaardigen. Hij meent, dat dit slaat op mijn bijdrage in het „Handboek voor Liturgie", d.w.z. op het hoofdstuk over het Kerkelijk Jaar. Nu Dr Noordmans uit eigen beweging naar dit artikel verwijst, wil ik niet langer nalaten er op te wijzen, hoezeer in zijn boek over „Liturgie" juist aan deze bijdrage van mijn hand geweld wordt aangedaan. Ik heb n.1. in bedoelde bijdrage *) „het kerkgebouw de ruimtevorm van de liturgie" genoemd, zooals het kerkelijk jaar er de tijdvorm van is. Dr Noordmans keert het om en vertelt in zijn boek 2), dat ik „de liturgie de ruimtevorm van de kerk" heb genoemd. Geen wonder, dat de schrijver er dan toe komt om op zulk een volkomen onjuiste aanhaling voort te borduren en mij allerlei opvattingen toe te dichten, die ik nimmer heb gehad en zelfs niet begrijp. Dit is slechts één frappant voorbeeld van de wijze, waarop Dr Noordmans mij ongerijmde dingen toeschrijft, zoodat zijn bestrijding een schijn van recht verkrijgt, maar in werkelijkheid allen grond mist.

In mijn artikel in het „Utrechtsch Nieuwsblad" 3) heb ik niet gezegd, dat het de taak van de andere Hervormde Kerken zou zijn om te profiteeren van de gelukkige omstandigheid, dat de Anglikaansche Kerk een waarlijk reformatorische liturgie heeft bewaard. Dit zou een persoonlijke opvatting zijn. Ik heb echter op een feit willen wijzen, n.1. op dit feit, dat alle hervormde kerken van Engeland van de meest puriteinsche af, in de laatste vijftig jaar langzaam maar zeker tot de overtuiging gekomen zijn, dat — ondanks het verzet tegen het „Book of Common Prayer" in de latere zestiende en in de zeventiende eeuw — ten slotte een liturgie, zooals de Anglikaansche Kerk door de eeuwen heen bewaard heeft, toch onmisbaar is. In alle hervormde kerken in Engeland en Schotland heeft men in den laatsten tijd de liturgie zóó ver hersteld, dat er tusschen Congregationalistische, Presbyteriaansche, Wesleyaansche, Baptistische diensten eenerzijds en Anglikaansche anderzijds nauwelijks meer eenig verschil is. Dit is een feit. Het is nu eenmaal zoo, dat de huidige diensten in de hervormde kerken van Engeland onmogelijk zouden kunnen zijn, wat zij zijn,

») Handboek voor den Eeredienst, blz. 199.

2) Liturgie, blz. 58.

3) Utrechtsch Nieuwsblad van 6 Mei 1939.

Sluiten