Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volle liturgie nooit of te nimmer afbreuk zal mogen doen aan de prediking als Woordverkondiging, Dr Noordmans de zaak dan toch nog omdraait en uit het feit, dat ik o.a. ook korte gebedsdiensten door de week zonder preek of vroege Avondmaalsdiensten zonder formulier voorsta, concludeert, dat de preek ,,dus(!)" blijkbaar bij mij niet hoog staat aangeschreven.

Nog een van de vele mis-interpretaties moet ik kort vermelden. Dr Noordmans meent, dat ik wel het woord transsubstantiatie cadeau wil doen, maar de zaak zelf toch wel wil vasthouden. Dan kent hij mij toch nog heel slecht. Het woord „transsubstantiatie" duidt het geloof aan in het groote mysterie van de wezensverandering van Brood en Wijn in het Lichaam en Bloed van Christus. Alle reformatoren hebben dit geloofspunt verworpen. Alleen iemand, die RoomschKatholiek is, kan en mag (omdat zoo iets nooit als private overtuiging, maar alleen op gezag van de Kerk mogelijk is) in de transsubstantiatie gelooven. Daarom mag men in een reformatorische liturgie nooit of te nimmer iets zingen, bidden of doen, wat dit geloof in de transsubstantiatie vooronderstelt. Ik acht dit zóó volslagen onmogelijk, dat het mij dan ook werkelijk onmogelijk zou zijn, om bij een hervormden Avondmaalsdienst het „Adoro te devote", lied 250 in den nieuwen gezangbundel, mee aan te heffen. Hoe weinig het mij ook ligt om iets individueels te doen in den dienst der Kerk: als een lied als dit zou worden opgegeven, zou ik er zelfs toe kunnen komen om de kerk te verlaten. Ik overdrijf niet. Ik spreek de waarheid. Is het Dr Noordmans nu nog niet duidelijk, hoe slecht hij mij in liturgicis (in andere opzichten is het gelukkig wel anders geweest en ik vergeet dit niet!) heeft begrepen?

De lezers mogen nog eens rustig mijn liturgische desiderata lezen in nr. 35 van dit blad. Als zij dit onbevangen doen, los van de interpretaties van Dr Noordmans, zullen zij zien en verstaan, dat ik niets anders bedoel dan het herstel van een volgroeide liturgie, zooals die binnen het kader van de Reformatie niet alleen mogelijk, maar ook broodnoodig is.

(Woord en Geest, 8 September 1939).

Sluiten