Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tegen deze voorstelling ben ik dan allereerst in het nummer van 30 Juni opgekomen. Ik heb er op gewezen, dat onze Hervormde liturgie te Londen vlak naast de Anglikaansche is ontstaan. En wel door de hand van mannen, die zich regelrecht aan de leer en de practijk van Calvijn inspireerden. Ik heb ook getracht eenigszins aan te geven, hoe het verschil te verklaren is.

Nu komt Dr van de Pol mij vertellen, dat hem dat niet interesseert, maar dat het hem te doen is om een feit uit den tegenwoordigen tijd, n.1. dat „alle hervormde kerken van Engeland zich de laatste vijftig jaar langzaam gelijkschakelden aan het Book of Common Pra^ er. Dat een dergelijk proces elders en ook ten onzent gaande is, wist ik natuurlijk. Ik dacht, dat wij daaraan den naam gaven van liturgische beweging en dat wij daarover met elkaar spraken. Maar het bestaan van deze beweging kan ik toch moeilijk als een argument in dat gesprek laten gelden.

Wanneer wij elkaar de vraag stellen, welke liturgie voor de Hervormde Kerk geboden of geschikt is, dan zullen wij geen van allen met het antwoord geheel gereed zijn. Maar ons naïef liturgisch besef als Hervormden zegt ons toch, dat wij ons bij dat onderzoek niet als Anglikanen, maar als Gereformeerden te gedragen hebben. Wij zullen ons niet schamen voor onze eigen soberheid. En wij zullen het feit, dat omstreeks 1550 een Hervormde liturgie ontstond naast de Anglikaansche, niet voor historisch-onbelangrijk aanzien. Wij zullen zoo vrij zijn een beweging, die van de Engelsche Kerk uitging, in verband daarmee critisch te beschouwen.

Daarbij komen tenslotte laatste sentimenten te pas. Dr van de Pol is uit een ander liturgisch nest gekropen dan ik. Als ik critisch spreek over het Book of Common Prayer, dan doet hem dat pijnlijk aan. Hetzelfde gevoel heb ik bij den toon, waarop hij spreekt over Puriteinen en Pilgrimfathers. Dr van de Pol moge dat wel bedenken.

Dat de klove tusschen ons zoo wijd gaapt als deze discussie het laat schijnen, betwijfel ik intusschen. Het feit, dat de geestelijke ontwikkeling van Yan de Pol zoo sterk aan het liturgisch veld georienteerd is, brengt mee, dat bij hem op dit gebied meer in gisting is dan bij menig ander Hervormde. Zoo komt het, dat vele bestanddeelen van overtuiging, misschien ook heterogene, bij hem dooreen kunnen woelen. Ik schreef reeds dat ik een sterk vermoeden heb, dat hij zijn bijdrage voor het Handboek niet meer zóó neer zou schrijven Datzelfde denk ik eveneens van sommige andere schrijvers in dat boek. Ook ik vergeet niet, dat het aan wederkeerig begrip tusschen Dr van de Pol en mij vaak niet heeft ontbroken.

Sluiten