Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

K. Van de Opvoeding.

Art. 54.

De opvoeding der mejsjes heeft hoofdzakelijk ten doel het Godsdienstig gevoel in de jeugdige harten te ontwikkelen en levendig te houden, liefde tot God en den Zaligmaker en voor den naaste bij haar aan te kweeken, haar op te leiden tot geschikte dienstboden zoowel voor de stad als voor het land, bepaaldelijk in de onderscheidene vakken der dienstbaarheid, of in zoodanige vrouwelijke handwerken of andere middelen van bestaan, waardoor zij in het vervolg in haar eigen onderhoud kunnen voorzien.

Aan deze opvoeding wordt ook het geven van lager onderwijs dienstbaar gemaakt.

Art. 55.

In verband met het doel der opvoeding, gaan de kinderen op Zon- en Feestdagen des morgens ter kerk in eene naburige gemeente, en worden zij des namiddags op het Gesticht verzameld, tot het aanhooren eener Bijbellezing, door de Directrice, den Godsdienst-onderwijzer of Predikant gehouden, en afgewisseld met gebed en gezang.

Elke dag wordt aangevangen en geëindigd met een gebed, een godsdienstig gezang en eene beknopte voorlezing uit den Bijbel.

Art 56.

Behalve het geregeld wekelijksch catechetisch onderwijs in de godsdienst en de Bijbelsche Geschiedenis, door eenen daartoe bevoegden Godsdienst-onderwijzer, worden de meisjes tot het afleggen harer belijdenis' op gepasten leeftijd voorbereid.

Art. 57.

Voor den gezondheidstoestand en de ontwikkeling der ligchamelijke krachten wordt de meeste zorg gedragen, zoowel door geregelde genees- en heelkundige behandeling, als door eene gezonde voedingswijze, door ligchaams-beweging en het regelen van ieders arbeid overeenkomstig hare krachten.

Sluiten