Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat ééne of meerdere uit de Inrigting te Zetten ontslagene jonge dochters zich binnen de gemeente of in eene naburige vestigen.

Art. 6-3.

Het Bestuur kan des verkiezende het Patronaat op zich nemen en aan zijne Leden opdragen, zich daartoe meerdere Medestichtsters, Leden, Begunstigers of andere geschikte personen toevoegen, of een afzonderlijk Patronaat instellen en de verhouding daarvan tot het Bestuur regelen.

Art. 64.

Het Patronaat wijst aan iedere ontslagene jonge dochter bij hare komst in de gemeente eene ingezetene aan, die op zich neemt haar gade te slaan, zooveel mogelijk toezigt op haar gedrag en wandel te houden, haar, waar het noodig is, teregt te wijzen, haar tot eene eerbare levenswijze aan te sporen en tot wie zij zich ten allen tijde om hulp en raad kan wenden.

Art. 65.

De Patronessen beijveren zich om de onder haar toezigt gestelde meisjes een eerlijk middel van bestaan of eene dienst te bezorgen, zooveel mogelijk bij ingezetenen, van welke het te wachten is, dat zij zullen trachten haar op den goeden weg te houden.

Art. 66.

Zij geven nimmer geldelijken ónderstand, doch zijn gemagtigd, voor rekening van het Gesticht, tot het doen van eene gift, van hoogstens ƒ20 in eens voor eene uitrusting, aan iedere ontslagene verpleegde, onder verpligting van deze tot restitutie in kleine afbetalingen.

Art. 67. \

Het Bestuur der Afdeeling is bevoegd , zoo noodig, de opgemelde som uit de in kas zijnde gelden aan de Patronessen te verstrekken en in zijne rekening in uitgaaf te brengen.

Sluiten