Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen de Souvereiniteit en het Koningschap ten onzent aangegeven '). De naam van Koning is de titel, waaronder in dit land de Souvereiniteit sedert 16 Maart 1815 wordt geoefend. Blijkbaar stemt ook de hoogleeraar Teilegen niet in met de voorstelling, door Th o rb e cke in de avondzitting van de Tweede Kamer van 24 Februari 1849 omtrent dit punt gegeven, volgens wien in de grondwet van 1814 eigenlijk slechts daarom van Souvereiniteit gesproken werd, wijl de Prins toen den titel voerde van Souvereinen Vorst. Veeleer is, gelijk Groen van Prinsterer reeds destijds opmerkte, vlak het omgekeerde waar. Willem I had de Souvereiniteit van 2 December 1813 af. Maar de titel, waaronder die macht hem en zijnen nazaten zoude toekomen , was nog onbepaald gebleven. Daarom werd de Prins naar die bevoegdheid aangeduid als de Souvereine Vorst. Edoch is deze titel, voor zooverre men hier van titel spreken mag, niet door het koningschap vervallen. Willem III is ook nu Souverein Vorst, gelijk men dit kan wezen onder meer dan ééne benaming, hetzij die van Koning, hetzij die van Keizer, hetzij onder eenigen anderen naam 2).

*) Zie bl. 66. En ook bl. 119.

') Meer uitvoerig besprak ik zelf dit punt in ; De leer der Souvereiniteit, bl. 471 en volgg. Voor het laatste gedeelte van dat geschrift erkende ik reeds destijds, in 1878, op bl. 457 noot 1, meer dan érne bijzonderheid aan den arbeid des heeren Teilegen te danken. Nog vestige ik hier de aandacht op wat de hoogleeraar Buys schreef in zijn werk: De Grondwet, dl. I, bl. 93. Aldaar leest men- „De strijd over de souvereiniteit ran het Huis van Oranje in de eerste jaren na 1848 meer dan eens tusschen Thorbecke en Groen van Prinsterer in de Tweede Kamer gevoerd, vindt zijne verklaring in . . . verschil van standpunt dat omtrent de beteekenis van de Grondwet door de beide Sprekers werd ingenomen." De juistheid dezer verklaring acht ik betwistbaar. Groen van Prinsterer beweerde bepaaldelijk, dat in art. 11 der Grondwet, bij gezonde, historische, interpretatie , zeer stellig de Souvereiniteit is te lezen , en dat alzoo ook wie in de Grondwet niet slechts eenige omschrijving, maar zelfs de basis van 's Konings gezag meent te moeten vinden, op grond van gemeld artikel den Koning de onverdeelde, zij het al niet onbeperkte, Souve-

Sluiten