Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En terwijl de grondwet aan het verwarrende spraakgebruik der trias politica gelukkig nog ontkomen was, wordt het haar nu door den heer T e 11 e g e n als het ware opgedrongen. Op dit raam schijnt eerst iedere Staatsregeling te moeten worden uitgespannen. Met de woorden van van Hogendorp heet de Vorst „de volheid der Executieve Macht" te hebben. „Hieronder was zelfs begrepen," dus gaat de Schrijver voort, „het recht om tractaten te sluiten, onverschillig welke hun inhoud mocht zijn."

Het komt mij evenwel niet zeer billijk voor, aan de grondwet, die van uitvoerende of executieve macht ganschelijk niet spreekt, nu nog bovendien toe te dichten, dat zij onder uitvoering zou begrepen hebben , wat niet dan met geweld daaronder kan gerangschikt worden ').

Vervolgens wordt gezegd: „Maar bovendien deelde de vorst met de vertegenwoordiging des volks, met de Staten-Generaal de wetgevende macht." En in gelijken trant op de volgende bladzijde, bl. 69, dat aan de Staten-Generaal „een aandeel in de wetgevende Macht" werd toegekend.

Ook ten aanzien van dit punt wordt zoo ter deure van de grondwet het slechte spraakgebruik onzer tegenwoordige staatsregeling ingedragen, wier art. 104, dat eene vertaling

ware. Dat er aan een appelboom appelen groeien, is niet zoo iets ganscli bijzonders. En beteekenen die woorden van art. 56 onzer grondwet dan ook niets meer dan kennis te geven van die alleszins natuurlijke bevoegdheid, zoo ware de bepaling tamelijk overtollig. M. i. is er echter aan die bepaling en soortgelijke artikelen wel meer beteekenis te geven. Te weten die, dat de Koning die bevoegdheid kan uitoefenen zonder verplicht te wezen daarover vooraf de Staten-Generaal te raadplegen. Dit toch is iets, wat niet zoo stellig reeds in den aard der dingen ligt.

') Van degenen, die de Souvereiniteit des Konings niet metterdaad erkennen, pogen sommigen de rechten" van art. 55 en volgg. der grondwet onder het begrip van „uitvoerende macht" te wringen. Anderen maken er praerogatieven van, als datgene, wat de Koning bij het verdeelen van de macht als een toegift buiten zijne helft of zijn derde part uit den pot heeft vooruit ontvangen. Hello, Du régime constitutionnel, II, bl. 91, zegt: „la prérogative est une sorte de préciput fait au roi dans ce partage."

Sluiten