Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ziene omstandigheden zulk een opvolger (van den Souverein) niet mogt benoemd zijn vóór het overlijden van den regerenden Vorst, zullen de StatenGeneraal eenen opvolger benoemen, uitroepen en aan den Volke bekend maken.' Met den heer Buys zoude ik zeggen: „De Staten-Generaal zijn in dit geval kiescollegie* '). Het geldt hier niet eeue daad van wetgeving. Bovendien kan ik mij zeer wel vereenigen met hetgeen deze hoogleeraar elders schreef: „Niemand betwijfelt dat het eerste en hoogste recht, aan die Vertegenwoordiging toekomende, hierin bestaat om de rechten en belangen van het volk met alle wettige middelen ook tegenover de Regeering te verdedigen. Maar waar in de Grondwet is haar dat mandaat uitdrukkelijk opgedragen? Eigenlijk nergens, en toch staat het vast dat dit recht aan de Staten-Generaal reeds toebehoorde, zelfs toen er van ministeriëele verantwoordelijkheid nog geen sprake was. En waarom? Eenvoudig omdat dit recht overal historisch aan de Volksvertegenwoordiging verbonden is en hare eigenlijke reden van bestaan uitmaakt" 2).

Een en ander te zamen genomen, meen ik met bescheidenheid te mogen zeggen, dat ik het vijfde hoofdstuk van des heeren Tellegen's geschrift niet het gelukkigst acht geslaagd, den regeeringsvorm eenigermate te mechanisch , te uitwendig meen voorgesteld en te zeer verwrongen naar de lijnen der trios politica.

Ook behoort de hoogleeraar T e 11 e g e 11 tot hen, die des Vorsten bevoegdheid door de grondwet niet slechts eenigermate omschreven en in hare uitoefening geregeld achten , maar haar bovendien op die wet gevestigd heeten 3). Is dit wel juist? Wat is toch de grondwet? Immers, en hierin komt zij met iedere andere wet overeen, eene wilsuiting van den Souverein, die, voor zooverre de vereischte

O 7

') T. a. p., I, bl. 111. -) T. a. p., I, bl. 334. *) '• a' P'! bl- '75-

Sluiten