Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelijk ik hierboven reeds zeide, schroomt de heer Telleg en niet van zijne meer algemeene staatkundige overtuiging te doen blijken. Trouwens is het niet onbekend, hoe het liberalisme in dezen begaafden hoogleeraar — en zelfs niet alleen in dezen onder zijne ambtgenooten aan de Rijksuniversiteiten — een te benijden aanhanger vond. Met instemming wordt telkens van „de beginselen der 18de eeuw' melding gemaakt1), en de „omwenteling van 1789" kan, evenals die van 1795 ten onzent, wat hare beginselen betreft, zich in den bijval ook van Mr. Tellegen verheugen 2). Trouwens geen wonder bij de voorstelling, die men van een en ander in dit boek aantreft. Tot de beginselen van de vorige eeuw en zoo ook van de revolutie, waardoor zich die principes met geweld wisten baan te breken, wordt o. a. ook het beginsel van zelfregeering genoemd. Mij dacht echter, dat selfgovernment bepaaldelijk in Engeland moest worden gezocht, dat juist het meest van alle landen van Europa aan den geest der Fransche omwenteling weerstand

Het komt mij eenigszins vreemd voor, hier van de theocratische school gewag gemaakt te vinden. Zij toch telt heden ten dage weinig mede. Immers bestaat het eigenaardige van die school hierin, dat zij het koninkrijk van Christus ziet in de wereldlijke heerschappij, gelijk zulks door Stahl helder is in het licht gesteld in zijne Geschichte der Rechtsphilosophie, 4' Aiïfl., bl. 64 en volgg. Niet in het goddelijk recht, als grondslag van elk aardsch gezag , in zooverre zonder Goddelijke ordinantie alle gezag direct aan Hem zeiven ware verbleven en zelfs geen vader autoriteit had over het kroost, dat God hem schenkt. Deze erkenning van het goddelijk recht des gezags vindt men ook bij den anti-revolutionair. Ja, meer dan bij den theocraat, die juist in de koningen dezer aarde eer bloot plaatsvervangers ziet van Christus in diens geestelijk koninkrijk en te zeer de creatie van een zelfstandigen gezagskring miskent. Ook hangt de belijdenis van het goddelijk recht der overheid allerminst onmiddellijk samen met de beschouwing, dat steeds eene constitutie slechts als genadegift des vorsten dient beschouwd te worden. Yan den hoogleeraar de Louter mag immers verondersteld worden, dat hij weet, hoe b. v. Groen van Prinsterer zoodanige opvatting allerminst huldigde.

') Cf. t. a. p., bl. 14, bl. 37, bl. 44, bl. 212.

*) Cf. t. a. p., bl. 2, bl. 1.

Sluiten