Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verschillende omstandigheden hebben het voornemen bij mij lot rijpheid gebracht, de verschillende kerkelijke partijen zooals ze in hare tegenwoordige ontwikkelingsphase zich voordoen, eens opzettelijk te bespreken. Al is dit van tijd tol tijd door veel bekwamer hand dan de mijne gedaan , toch is het geen overbodig werk te achten daartoe op nieuw een poging te doen, daar in den laatsten tijd de onderlinge partijverhouding zich zeer opmerkelijk heeft gewijzigd. Onze tijd met zijne snelle afwisseling op ieder gebied door sommigen juist als zulk een zegen beschouwd, schijnt als de zwarte slagschaduw van dat twij felachtige voorrecht o. a. ook dit mede te brengen dat sommige personen en partijen ieder oogenblik van standpunt veranderen.

Hoe wij als gereformeerden, de verschillende partijen in het Nederl. Ilerv. Kerkgenootschap hebben te beschouwen, hoe we hebben te oordeelen over die uit haar midden voortgekomen fractie, die ruim veertig jaar geleden zich den naam van Christelijk Gereformeerde Kerk heeft geüsurpeerd, 'welke positie wij tegenover deze allen hebben in te nemen. Ziedaar de hoofddraad die door dit schrijven loopt, de leidende gedachte die de lezer telkens opmerken zal.

Ik weet dat ik door het schrijven dezer beschouwingen mij bloot ga stellen aan scherpe critiek, ja dal misschien van deze en gene zijde mijn loon daarvoor zal wezen „bittere haat" : Te meer, wijl die mij kennen, zeer goed welen dal ik niet gewoon ben mijn gevoelen omwonden te zeggen en dat bij het uitspreken van mijne meening, door mij de duidelijkheid niet aan de voorzichtigheid wordt opgeofferd. Hij vele gclreken die mij eigen zijn, behoor ik gelukkig niet tot die lage ellendelingen die heimelijk personen of richtingen verdacht maken die ze niet openlijk durven of kunnen bestrijden. Maar des te bedenkelijker wordt het als men op die wijze de met voetangels en klemmen bezette doolpaden der kerkelijke politiek gaat bewandelen, waar men schier bij elke schrede den voet zoo pijnlijk wondt. Toch wensch ik mijn voornemen te volvoeren, toch verklaar ik na lezing en herlezing de verantwoordelijkheid voor elke zinsnede op mij te nemen, omdat ik in oprechtheid mag verklaren, dat ik geloof de volle waarheid le zeggen; om die reden kan weerlegging, mits door deugdelijke argumenten gestaaft, door mij niet worden gevreesd. Op mogelijke biltere ui/vallen bij geljreke aan afdoende argumenten, zal ik het zwijgen bewaren, ze zoudeu mij het stelligste bewijs zijn dat men mij niet kon weerleggen.

Als b. v. de redacteur van hef W. W. vol vaderlijke bezorgdheid mij herinneren wilde dat beschouwingen als deze aan mijn jeugd niet voegen , of uit wrevel zich met een enkel hatelijk woord van mij traehte af te maken, zooals b. v. verleden najaar tijdens de Dorische aannemingskwestic, onulat ik een geheel anderen weg opga dan hij, dan zou niettegenstaande zijne meerdere jaren, mijn ontzach niet toenemen voor de consequentie van een redacteur die in 1875 in het eerste jaar mijner amptelijke bediening in brieven en brief kaarten mij ten sterkste aanmoedigde om in zijn blad over kerkelijke toestanden te schrijven , ja zelfs wegens „uitstekend dienstbeloo i," mij een jaar lang vereerde met een gratisnommer van zijn blad, maar die, nu mij de oogen zijn opengegaan voor zijn treurige kerkelijke politiek en ik een geheel anderen weg opga dan hij „alle roem als uilgesloten," acht over hetgeen ik doe in het belang fer gerejormeerde beginselen, door hem steeds zoo heftig bestreden.

Sluiten