Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als voorts wat le verwachten is de verschillende richtingen in onze keil hunne gevoeligheid zullen doen blijken over de beschuldigingen die ik tegen haar inbreng, laat ik ze dan herinneren dat niets hen aangenamer en mij nuttiger zal kunnen zijn , dan dat ze met een reeks van onomslootelijke bewijzen mijne stellingen doen verstuiven als hei kaf voor den wind. Met belangstelling zal ik afwachten in hoeverre huil dat mogelijk zal wezen.

Eén ding is zeker: grenzenloos zal de verbittering wezen van diegenen onder de „gescheidetie broeders" die willens blind zijn voor den toestand hunner eigen kerk en door onheilige jaloerschheid verleerd over de wederopleving der Herv. kerk, haar haten met een volkomen haat. Ik weet het zeer goed dat zij niet het beste bestanddeel zijn der afgescheidene kerk en het gelukkig nog bedudend groot getal r.hristenen onder de gescheidenen behoeven zich dan ook niet aan te trekken de beschuldigingen die ik tot de heftige zeloten" onder hen richt; maar al zijn deze laatsten bitterder dan de Katholieken, waar men hunne kerk aanrandt, al zal hun bekende wraakzuchtige aard mij hel schrijven dezer bladzijden nooit vergeven:, te minder no'/ als het mocht blijken dat grondige weerlegging hun eenigsins moeijelijlc mocht vallen io'Ji neem ik de volle verantwoording op mij van alles wat ik schreef over hunne kerk met deze kleine reserve alken , dat ik niet zou kunnen leveren wat men noemt J(ecn bewijs in 1 echten ten opzichte van hetgeen ik meedeelde in die ééne zinsnede omtrent sommige avondmaalsvieringen. Ook voeg ik er nog bij dat hel daar bedoelde feit geen betrekking^ heeft op de gemeente in deze stad.

Kunnen ze me overigens bewijzen dat ik dwaal in mijn oordeel over hunne kerk, welnu , ik ben in dat geval bereid openlijk te herroepen. Kunnen ze dat niet, dan hoop ik den haat van sommigen onder hen ter wille van de naam en zaak des llcereu en uit liefde voor de Herv. kerk, wier dienaar ik het voorrecht heb te zijn, blijmoedig te dragen.

Enkele onder mijne eigen geestverwanten zullen deze opmerkingen over de gescheidenen eenigsins ontijdig achten van wege de toenadering die hier en daar begint te ontstaan. Zelfs als om die reden de organen onzer pers mijn schrijven op dat punt afkeurden, „neem ik deze zaak voor mijn paitikuliere rekening" en geloof ik dat het goede deel der scheiding op den duur toch tot ons komt en de overigen, d. w. z. de voorstanders der a'gemeene verzoening ook onder hen tegenwoordig niet weinigen in getal, verwijderd te houden , kan niet anders dan tot zegen zijn voor ons zeiven.

Een zaak slechts mag ik vergen — en die gunstbetooning is matig genoeg — van allen die ik door dit schrijven tot mijn tegenstanders maak. De erkenning dat als ik mijn levensrust, mijn tijdelijk belang of voordeel op het oog^ had, als ik mij het leiden door overwegingen van aetualiteits politiek , ik deze beschouwingen waarschijnlijk nooit zou hebben uitgegeven, zeker althans niet waar ik nog aan het begin van mijn loopbaan sta. Als het mijn hoogste levensdoel was gelijk van sommigen, die tot bereiking daarvan geen middel te slecht achten en geen zelf verlaging te groot, „om den ti eere te loven in een groote gemeente !" dan speelde ik door het blazen op een bazuin die de vijanden niet weinig opmerkzaam zou maken, zeker een gevaarlijk spel.

Gorinchem, 6 Sept. 1881. A. J. WESTHOFF.

Sluiten