Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaak werd ingeperst tegen de gereformeerden, spreek ik nu niet, dat komt later. Maar welk oordeel mogen we uitspreken over de daar onderwezen theologie? — De hoofddenkbeelden van den hoogleeraar van Oosterzee vinden we neergelegd in zijne dogmatiek, een werk, getuigende van grootmeester schap over de taal en de bewonderenswaardige belezenheid van den schrijver.

Maar een werk helaas ook meer getuigende van hardigheid om moeielijke vraagstukken te bespreken, als wel veel licht te ontsteken tot oplossing er van.

Zou men op gereformeerd standpunt vrede kunnen hebben over hetgeen daar geleerd wordt over de drieeenheid ?

Zou de erkenning van de praedestinatie voor zoo verre die in dit leerboek geschiedt, geacht kunnen worden dezelfde te zijn die door de gereformeerde vaderen is verdedigd? — Zulk een indruk zal niemand bij een onbevooroordeelde lezing van hetgeen omtrent dit allergewichtigst stuk wordt in het midden gebracht er van krijgen. Men wordt bij den schrijver gewaar een angstig geven en nemen een op dit gebied bedenkelijke voorzichtigheid.

Ontkennen kan hij het niet op bijbelsch standpunt ( hartelijk verdedigen wil hij het niet wijl zijn eigene richting daar niet geheel mede strookt, en hij zich steeds overbezorgd maakt dat de goddeloozen van dit „cor^ ecclesiae" in de praktijk misbruik zullen maken.

De beschouwing van den hoogleeraar omtrent „de praedestinatie" kan geloof ik aldus naar waarheid worden geschetst: Hij beschouwt haar als een oud kostbaar ridderzwaard dat met ontzag moet worden beschouwd wegens de dappere daden die er eenmaal mee werden bedreven maar dat men wol doet nu in een museum van antiqiteiten te zetten en uit de verte te bewonderen

Sluiten