Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het toen in Sept. 1870 de hoogleeraar Rauwenhoff met die schitterende welsprekendheid die hem eigen is hot wanhopig streven der synode om den boel bij elkander te houden, geeselde op een wijze zoo ontzettend als niemand voor hem dat nog deed. Men heeft zich wel boos op hem gemaakt maar hem niet kunnen weerleggen, en het is een bekende daadzaak die hier slechts even behoeft te worden herinnerd hoe het rechtsbesef van velen zijner geestverwanten in krachtig verzet is gekomen tegen de handigheden en politieke kunstgrepen waardoor de mannen die den levensduur van het staatscreatuur van 1816 zochten te verlengen, zich op de been hebben gehouden bij hunne evolutiƫn op het kerkelijk koord.

Maar daarmede is ook al het goede genoemd dat van uit ons standpunt van deze richting kan worden getuigd. Ze heeft omver trachten te werpen al de grondzuilen van het historisch-christendom, want geen leerstuk letterlijk valt er te noemen of het is bestreden geworden door de mannen dezer richting.

"Was de leus der eerste modernen nog dat ze slechts den vorm maar nooit het wezen der zaak zouden aanranden , hot bleek alras dat de ontkenning een hellend vlak' is waarop men niet kan blijven staan, maar met steeds sneller vaart afglijdt naar den bodemlooze afgrond van het meest heilooze subjectivisme.

Ontkenning van het bestaan van wonderen, wegcijfering alleen van datgene wat ter zaligheid niet afdeed, opdat des te beslister waardeering van wat hoofdzaak is daarvoor in de plaats zou treden, waren de leuzen waaronder de eerste voorgangers van het modernisme optrokken. En als we dan eens narekenen wat er van dit alles is gekomen, wat zien we dan ?

Waar ze begonnen bedenking te maken tegen som-

Sluiten