Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het kasteel is ook een Plaatsvervanger van den Prins overgebleven, die de arme stad niet verlaat maar in hare droefheid met raad en daad bijstaat. Op zijn raad wordt nu een verzoekschrift naar het hof opgezonden en door kapitein Geloof gebracht, waarop de belofte volgt van hulp en redding. Hoe ontzettend die worsteling was, hoe Diabolus zijne laatste krachten inspande en verwoed streed, maar Immanuël en zijne kapiteins hem overwonnen, geven de voorstellingen op onze plaat links en rechts van het middenstuk aan, en ziet na kruis en smart en strijd en foltering slaat het uur der bevrijding.

Het bovenste tafreel (N°. 9) stelt ons Immanuël voor wedergekeerd in zijn geliefd Menschziel, terwijl Hij de banier draagt boven tien duizenden en den zijnen toeroept: »Ik leef en gij zult leven." Hij houdt gericht en werpt allen uit, die de burgers hebben verleid of de stad onrustig gemaakt, waar zij aan Diabolus toebehooren. Nu gaat het, naar de belofte van den Vredevorst, een toestand tegemoet, die de tegenwoordige verre in heerlijkheid overtreft.

Dit is het korte beloop der geschiedenis van den Heiligen Oorlog, welke de premieplaat u tracht voor te stellen. Eigenaardig heeft de teekenaar daarop in éene lijn van onderen naar boven voorgesteld, 's mensehen onschuld en val, het ongeloof als de grootste zonde in het midden, achter en boven hetzelve uit de satan; maar boven allen de levende Heiland, de eerste en de laatste.

Sluiten