Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de vergadering, die te Utrecht plaatshad, van mannen, wien de toestand van het opkomend geslacht derwaarts dreef. Ook wij willen nog eens kortelijk daarop terugkomen. \ooral op de houding, daar aangenomen door de afgevaardigden der vereeniging voor Christelijk-

Nationaal Onderwijs. Ofschoon deze houding ook

door sommige geestverwanten — niet is goedgekeurd, gelooven wij toch, dat die vereeniging geen ander standpunt kon aannemen. Ook haar doel is, bestrijding der onkunde; ook haar streven is, om gelegenheid tot onderwijs te openen, vooral voor kinderen, wier ouders bezwaar hebben hen op de ojjenbare school te doen onderwijzen.

Het lag dus in den aard der zaak dat de Vereeniging; voor Christelijk-Nationaal Onderwijs geheel instemde inet het doel van het op te richten Schoolverbond, zooals dat door de onderteekenaars der circulaire werd voorgesteld. Alleen bestond nog de vraag, welke middelen zouden daartoe worden aangewend. Zouden die middelen van dien aard zijn, dat de Christelijk-historische richtins: daartoe kon medewerken ?

Deze vraag wilde men eerst hebben uitgemaakt. Daarvan zou afhangen of de leden en voorstanders van liet Christelijk-Nationaal Onderwijs een op te richten bond zouden kunnen steunen, en in kracht doen toenemen.

Om nu in eens te weten „wat men aan elkander had" — zoo als Dr. Kuijper zich uitdrukte — zeide deze, dat zij, uit wier naam hij sprak, meenden alleen dan met ware instemming tot den bond te kunnen toetreden, wanneer hun de zekerheid werd gegeven, dat onder de middelen om het schoolverzuim tegen te gaan, bij de beginselen der tegenwoordige schoolwet, nimmer

Sluiten