Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eindelijk de kerk te handhaven, als bond ter verspreiding van zedelijk en godsdienstig leven, een kweekplaats der vroomheid, ook dan moet hun die eisch ontzegd worden, en schroom ik niet de stoute spreuk van Luther op te nemen: «Het doel der kerk is niet om vrome menschen, maar om Christenen te maken. Men kan wel vroom en toch geen Christen zijn. Een waar Christen juist weet van zijn eigen vroomheid niets."

Dat eigen organisme, door de modernen geloochend, ge weet, het wordt schitterend gehandhaafd door die andere richting, die ik liefst met den naam van de «irenische" noem. «Irenisch, vredelievend," —niet als of ook zij den strijd voor eigen leus niet minnen zouden. Immers al wie een beginsel heeft, strijdt daarvoor tot aan zijn dood. Maar toch «irenisch, vredelievend," wijl zij nog een oplossing mogelijk acht, waardoor de smart van onherstelbare breuke wordt ontgaan. Meent echter niet, dat het hun daarom schorten zou aan een diepe opvatting der zonde. Integendeel. Zeer diep gaapt hun de klove, die het heilig en gewijde leven van het ongewijde scheidt. In het strijden voor een eigen leven, dat het Christendom met geen ander deelt, gingen ze anderen veeleer voor, en verwierven ze onverwelkbre lauwren. Geworteld is het Christelijk leven hun zeer vast. Ja, ze beamen dien eersten term van het Apostolisch wachtwoord niet slechts, maar veeleer zijn zij het juist, die die grootsche gedachte van een eigen leven, dat rijk beginsel van een eigen organisme, weer uit den dood hebben opgewekt, om ze in het bewustzijn der kerk te doen herleven. — Maar gelijk elk streven, dat een vergeten woord weer uit moet spreken, gelijk elke richting, die het verbroken evenwicht herstellen komt, van zelve neigt, om zich met al haar wicht in de ééne schaal te werpen en dus zelve in eenzijdigheid te verloopen, zoo ook vergaat het haar. Omdat de kerk het geworteld vergat, vergeet zij het gegrond. Van daar dat ze in het kerkelijk vraagstuk zwak is, en nog steeds een kerkbegrip mist, waarin ze haar snijdende tegenstelling van »gewijd en ongewijd" kon doorvoeren.

Sluiten