Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■de kerk van den staat, vrij van den geldband, vrij van den druk van het ambt.

Vrij worde ze van den Staat, en zoo hersteld de grove feil, die voor reeds veertien eeuwen om 's keizers gunst door Jezus kerk begaan werd. Immers, juist omdat de kerk heerschen wilde, heeft ze de volkeren niet beheerscht, en alleen, zoo ze weer dienen wil, wint ze haar heerschappij terug. Zoolang een kroon haar schedel sierde, was zij de »reine fainéante" »vorstin zonder invloed" en de machtige Staat, hoe ook schijnbaar haar dienaar, was in waarheid haar Heer. Maar al verloor ze zoo haar vrijheid, al nam de staat sints zelf de kroon, haar recht op die vrijheid blijft nogtans onvervreemd. Geen souvereine vorst kan ooit het souvereine recht van haar gezalfden Koning breken. Hier geldt geen verjaring, hier geldt geen berusting. Wijl ze een organisme is, heeft de kerk een eigen leven, en dus een eigen rechtsbeginsel. En daarom wie naar den eisch van het staatsrecht, naar den gang van het burgerlijk recht, den loop van ons kerkrecht dwingen wil, verwart wat in beginsel gescheiden ligt, en geeft de vrije zelfstandigheid van het kerkelijk organisme prijs.

Dan, vrij worde ze van het geld. Het voegt dekerkvan Christus niet, zich door gouden kluisters of door zilveren ketenen te doen binden aan wat strijdt met haar aard. De eerste gemeente is met niets begonnen, dan met den Heiligen Geest, en toch is de schat der kerk allengs tot een goudmijn aangegroeid. Dien heeft men haar sints geroofd, en de Heer heeft dien roof gedoogd, opdat thans Zijn kerk toonen zou, wat ze hooger schatte, het geloof, dat haar het goud in den schoot had geworpen, of het goud, dat het geloof haar gaf. »Bij Mij zijn goud en zilver," spreekt de Heer, » duurzaam goed en gerechtigheid/' Maar ook de Staat spreekt op zijne wijze: »Bij mij zijn de millioenen, bij mij het geld, dat voor uw kerk van noode is!" En het is zoo, geld behoeft de kerk. Nu dan, twee aanbiedingen komen tot u. Wiens belofte betrouwt ge. Gemeente? VanJIem, die 't goud u geeft als vrucht des geloofs, of van den Staat, die u zijn goud als ketenen aanbindt,

Sluiten